Geactualiseerd: 20 april 2023
Het maakt waarschijnlijk weinig uit of kolomsgewijs rekenen wel of niet als tussenstap tussen hoofdrekenen en cijferen aan leerlingen wordt aangeboden. De methode waarmee het rekenen wordt aangeleerd heeft weinig invloed op de prestaties. Andere factoren zijn belangrijker.
Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.
Escalerend leerlinggedrag kan worden voorkomen of verminderd door gerichte interventies van de leraar. Bijvoorbeeld door een time-out, het tijdelijk de klas uitsturen van een leerling. De leraar moet in dat geval kunnen vertrouwen op een deskundige collega, een achterwacht, die de leerling opvangt en tot rust brengt. Deze ondersteuning vereist verbale en non-verbale vaardigheden, alsmede zelfbeheersing, empathie en inzet van lichaamstaal. Over het effect van de achterwacht op scholen is weinig bekend.
Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Geactualiseerd: september 2023
Er is geen empirische bewijs bekend dat onwaarheden vertellen effect heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Wat de gevolgen zijn van het vertellen van leugentjes om bestwil, of onwaarheden over bijvoorbeeld sinterklaas op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is niet bekend. Liegen tegen kinderen lijkt ertoe te leiden dat kinderen zelf ook meer liegen. Op latere leeftijd kan dit zorgen voor probleemgedrag. Ontdekken dat fantasiefiguren zoals sinterklaas niet bestaan, blijkt bij kinderen, in tegenstelling tot bij hun ouders, weinig negatieve gevoelens op te roepen.
Geactualiseerd: oktober 2024
Een soepele overgang van voorschool naar basisschool kan een positief effect hebben op de aanpassing van kinderen aan de nieuwe situatie. Verondersteld wordt dat een goede doorgaande lijn een positieve invloed heeft op de schoolprestaties, maar dit is vooralsnog niet bewezen. Verondersteld wordt dat ouderbetrokkenheid, samenwerking tussen professionals rond de inhoud en de ontwikkeling van kinderen volgen, van belang zijn.
Leraren in Nederland werken meer uren per week dan de vastgestelde norm. Leraren primair onderwijs maken meer overuren dan leraren voortgezet onderwijs. In vergelijking met andere Europese landen maken Nederlandse leraren veel uren. Dit geldt voor primair en voortgezet onderwijs. De verhouding tussen lesgebonden en niet-lesgebonden activiteiten ligt ongeveer op het Europese gemiddelde.
Het is niet bekend of luisteren naar muziek invloed heeft op concentratie en motivatie van leerlingen in het primair onderwijs. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van muziek luisteren op cognitieve taken. Achtergrondmuziek blijkt geen, tot een klein negatief effect te hebben op het uitvoeren van cognitieve taken zoals geheugentesten en begrijpend lezen. Er zijn echter ook onderzoeken, bijvoorbeeld onder studenten, die wel positieve effecten vinden.
De ontwikkeling van rekenvaardigheid en inzicht staan bij rekenen centraal. Daarbij is rekenvaardigheid een voorwaarde om inzicht te ontwikkelen. Niet bekend is echter hoe het behalen van beheersingsniveaus in rekenen en rekendidactiek samenhangen. Dus de vraag is niet direct te beantwoorden. Er zijn wel factoren die de rekenontwikkeling kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld gelegenheid creëren om te leren, instructie op maat, uitdagingen bieden en een focus op wiskundig probleemoplossen. Daarbij lijkt didactische ondersteuning, zoals het aanbieden van opgaven met beelden, goed te werken.
Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.