De effecten van talentgericht werken in het onderwijs zijn niet eenduidig. Modellen voor talentontwikkeling helpen bij het denken over de relatie tussen talentontwikkeling en uitkomsten op leerlingniveau. Ze schieten echter tekort als onderbouwing bij deze relatie. Motivatie is gunstig voor leerprestaties, werd lang gedacht. Recent onderzoek laat vooral het omgekeerde zien: het leveren van prestaties werkt motiverend. Kennis over gepersonaliseerd onderwijs wijst uit dat er onder bepaalde voorwaarden een positieve relatie is met motivatie en leeropbrengsten. Leerlingen moeten dan wel beschikken over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden.
Of een lectoraat of practoraat succesvol is, hangt af van de inrichting en doelen van de opleiding, het personeelsbeleid en de strategieën voor kennisbenutting. Over de transferbaarheid van deze factoren naar het primair onderwijs is geen onderzoek beschikbaar. Experts op het gebied van de rol van onderzoek in het onderwijs komen wel tot aandachtspunten bij een eventuele introductie van een onderzoeksfunctie in het primair onderwijs. Dat zijn de visie van de school op onderzoek, betrokkenheid van de leerkrachten, kennisbenutting en financiering.
Schoolleiders kunnen curriculumontwikkeling bevorderen door doelbewust interventies in te zetten. Curriculumontwikkeling is een complex proces dat je kunt zien als een organisatieverandering en als een ontwerpproces. Op beide onderdelen kunnen schoolleiders zorgen voor duurzame ontwikkeling en verankering in de organisatie. Succesfactoren zijn onder andere het stimuleren van een positieve houding ten aanzien van curriculumverandering binnen de school en het vormgeven van een gezamenlijk en geleidelijk proces. De verandering inbedden in het professionele ontwikkelingsprogramma voor alle betrokkenen draagt ook bij aan succes.
Basisscholen kunnen masteropgeleide leerkrachten onder meer inzetten bij het ontwerpen van lessen en bij lesbezoek. Persoonlijke kenmerken en leiderschapskwaliteiten van masteropgeleiden verhogen hun bijdrage aan de schoolkwaliteit. Het gaat dan om geloofwaardigheid, geloof in eigen kunnen en het vermogen om collega’s te mobiliseren. Ook schoolkenmerken zijn van belang, zoals inbedding in het personeelsbeleid, het inzetten van verschillende typen masters, en erkenning en ondersteuning door het management. Voorts helpen een sterk netwerk in de school, en een open en lerende cultuur.
Geactualiseerd: 1 mei 2023
Het gebruik van digitale technologie voor rekenonderwijs op de basisschool lijkt een kleine positieve invloed te hebben op de leerlingprestaties. Het effect is het grootst als digitale leermiddelen een traditionele aanpak ondersteunen, aansluitend bij het niveau van de leerling. Andere factoren zijn echter bepalender voor rekenprestaties. Het gaat dan om extra instructie, manier van inzetten van hulpmiddelen door de leerkracht en zijn of haar kwaliteiten.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Gerichte interventies kunnen bij leerlingen van vier tot acht jaar voor een betere leesvaardigheid zorgen. Vooral de didactiek en methoden, de leerkracht en de leeromgeving dragen bij aan het behalen van betere leesprestaties. Maar het precieze effect van (technisch) leesonderwijs is niet duidelijk, want ook kenmerken van leerlingen, hun thuissituatie en de school hebben invloed. Van laaggeletterdheid is feitelijk pas sprake als iemand geen initieel onderwijs meer volgt waar diegene zijn taalvaardigheidsniveau kan verhogen. Mede daardoor is een eenduidig verband tussen (technisch) leesonderwijs en de mate van geletterdheid niet vast te stellen.
Het brein van een kind is nog onvoldoende gerijpt om zelfstandig huiswerk te kunnen maken. Vaardigheden om die zelfstandigheid te leren, zoals plannen, prioriteren en overzicht houden, ontwikkelen zich aanzienlijk sneller wanneer naast de leerkracht ook de ouders die vaardigheden stimuleren.
Speciale voorzieningen buiten de klas voor (hoog)begaafde leerlingen hebben een positief effect op hun cognitieve prestaties. Zo bevorderen bijvoorbeeld verrijkingsprogramma’s het leerproces van begaafde leerlingen. Vooral contact met gelijkgestemden en uitdaging zijn hierbij belangrijk. Een deel van de begaafde leerlingen heeft hulp nodig bij ‘leren leren’, een vaardigheid die ze niet altijd vanuit zichzelf meester zijn.
Geactualiseerd: 19 februari 2024
Een lesmethode met zingend of zoemend lezen lijkt een positieve impuls te geven aan het leesniveau van leerlingen in groep 3. Daarnaast lijken de eerste onderzoeken aanwijzingen te geven dat kleuters makkelijker tot decoderen komen.
Geactualiseerd: 5 oktober 2023
Algemeen verondersteld wordt dat er verschillen bestaan tussen (aanstaande) leraren voor wat betreft hun bereidheid als wel hun vermogen om (diepgaand) te reflecteren. Er is echter geen bewijs gevonden dat verschillen in reflectievermogen verklaard kunnen worden op basis van persoonskenmerken. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat volwassen zij-instromers op de Pabo anders begeleid zouden moeten worden dan studenten die vanuit het voortgezet onderwijs of mbo instromen.