Leerkrachten kunnen op verschillende manieren effectieve feedback geven aan kleuters. Bijvoorbeeld door kleuters informatieve feedback op taken te geven, zoals het juiste antwoord of een aanwijzing voor de oplossing. Het is belangrijk om de feedback aan te bieden in gesproken tekst of simpele visuele vorm. Kleuters hebben het meest aan neutrale feedback gericht op de inhoud van de taak. Omdat kleuters vaak eenvoudiger vaardigheden leren, is feedback direct na een taak het effectiefst.
Leerlingen met hardnekkige lees- en spellingproblemen, al dan niet gediagnosticeerd als dyslexie, kunnen baat hebben bij fonologische spellingbehandeling. Deze behandeling richt zich op het expliciet aanleren van de klankstructuur van woorden en strategieën om de juiste klank-tekenkoppelingen te maken. Vooral zeer zwakke spellers kunnen zodoende opklimmen tot een gemiddeld niveau.
Losse studievaardigheidslessen kunnen enigszins bijdragen aan leerprestaties van leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs. Dit geldt zeker voor prestaties op toetsen waarbij leerlingen concrete problemen moeten oplossen door studievaardigheden in te zetten. Maar als leerkrachten tijdens de vaklessen expliciete en geïntegreerde instructie geven in studievaardigheden, zijn echt betere leerprestaties te verwachten op vakinhoudelijke toetsen.
Een bijgesteld schooladvies voorspelt het onderwijsniveau van leerlingen in het derde leerjaar voortgezet onderwijs beter dan een niet-bijgesteld advies. Leerlingen van wie het advies niet is bijgesteld wisselen in het voortgezet onderwijs vaker van niveau. Leerlingen met een bijgesteld advies stromen in het voortgezet onderwijs wat vaker een niveau af en lopen iets vaker vertraging op dan leerlingen zonder bijstelling. Maar deze leerlingen zitten toch gemiddeld een half niveau hoger dan leerlingen zonder bijstelling.
Visuele educatieve hulpmiddelen en geheugensteuntjes, zoals spellingregels, kunnen alleen effectief zijn als de informatie in lijn is met de instructie door de leerkracht. En er moet tijdens de les specifiek aandacht aan worden besteed. Als de spellingregels ook tijdens de rekenles zichtbaar zijn, dan vormen ze een potentiële bron voor afleiding. In klassen met veel decoraties en versieringen zijn leerlingen vaker afgeleid en behalen ze lagere toetsresultaten dan leerlingen in klassen met minder visuele hulpmiddelen.
Vakinhoudelijke en vakdidactische kennis van leerkrachten zouden belangrijke competenties zijn bij de implementatie en uitvoering van thematisch onderwijs. Andere veronderstelde competenties zijn dat leerkrachten het curriculum en de onderliggende samenhang tussen vakken kunnen overzien en dat ze in staat zijn het veranderproces te monitoren. Ook wordt aangenomen dat leerkrachten zich nieuwe toetsvormen eigen kunnen maken en kunnen samenwerken. Empirisch bewijs ontbreekt echter.
Voor toetsresultaten maakt het niet uit of de reken- of spellingopgaven in groep 3 digitaal of op papier worden gepresenteerd. Ook verschilt de toetsscore op een digitale toets niet wanneer er digitaal of op papier wordt geoefend. Leerlingen die op papier reken- en spellinginstructie krijgen, kunnen zonder problemen digitale toetsen maken. Het omgekeerde geldt ook: na digitale instructie kan er net zo goed op papier als digitaal worden getoetst. Leerlingen in groep 3 hebben voldoende ICT-vaardigheden om toetsen digitaal te maken.
Leeftijd, cognitieve vaardigheden (vooral taalbewustzijn), sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag hangen sterk samen met het oordeel van de leerkracht of een leerling wel of niet toe is aan groep 3. Om een succesvolle overgang naar groep 3 te realiseren, hebben zowel leerkrachten in groep 2 als in groep 3 een taak.
Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.
Plusklassen kunnen een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van zelfregulerend leren van begaafde leerlingen. Het is dan wel belangrijk dat de leerkracht expliciet de leerlingen strategieën voor zelfregulerend leren aanleert. Daarnaast is emotionele ondersteuning door begaafde medeleerlingen van belang. Dan kunnen ze elkaar motiveren om door te zetten en goed werk af te leveren. Er zijn geen aanwijzingen dat meer uren in een plusklas bijdragen aan de ontwikkeling van zelfregulerend leren.