Scholen die zich willen ontwikkelen van (zeer) zwak naar ‘goed’ of ‘excellent’, richten zich op de verbetering van hun kwaliteit. Zij kunnen zich daarbij baseren op het beoordelingskader van de Inspectie van het Onderwijs. Dat kader omvat het onderwijsproces, schoolklimaat, onderwijsresultaten, kwaliteitszorg en ambitie, en financieel beheer.
Scholen waarderen het programma ‘Goed Worden, Goed Blijven’
Er is in Nederland één programma dat zich specifiek richt op het versterken van basisscholen die door de inspectie zijn beoordeeld als (zeer) zwak of onvoldoende: ‘Goed Worden, Goed Blijven’ (GWGB). Dit programma biedt ondersteuning aan schoolbesturen met één of meer als zeer zwak of onvoldoende beoordeelde basisscholen. Ruim tachtig procent van de zeer zwakke basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs in de periode 2015-2020 maakte gebruik van deze ondersteuning. Verder deed ongeveer de helft van de scholen met een onvoldoende een beroep op GWGB.
Schoolleiders en bestuurders waarderen GWGB. Ze ervaren de kritische, externe blik met praktisch uitvoerbare aanbevelingen als waardevolst. Daarnaast hebben de scholen een positief oordeel over het op gang brengen van bewustwording en urgentiebesef, over de focus op het handelen van leerkrachten, de mogelijkheid tot maatwerk en over opbrengstgericht werken.
Bewezen effectief mag GWGB echter niet worden genoemd; daarvoor is meer onderzoek nodig. Scholen die kiezen voor een ander ondersteuningsaanbod, van bijvoorbeeld een externe adviseur, verbeteren zich overigens ook. Die ervaringen wijzen erop dat elke school een combinatie van aanpakken moet kiezen die past bij de verbetering van de aspecten waar de school zwak op scoort.
Scholen stellen hun eigen combinatie van aanpakken samen
Uit het buitenland komen vergelijkbare geluiden. Ook daar zijn aanwijzingen dat scholen een combinatie van aanpakken kiezen om tot verbeteringen te komen. Een passende mix hangt af van de aanleiding voor de verbetering, de schoolcontext en de reeds gerealiseerde schoolontwikkeling.
Internationaal onderzoek naar onderwijssystemen toont eveneens aan dat er niet één aanpak effectief is voor schoolverbetering en hogere leerprestaties van alle scholen binnen alle schoolsystemen. Wel zijn daar enkele algemene actiepunten uit af te leiden. De belangrijkste zijn het verbeteren van instructievaardigheden van leerkrachten en managementvaardigheden van leidinggevenden. Daarnaast is het in kaart brengen van leerlingprestaties van belang, bijvoorbeeld via leerlingvolgsystemen.
Het programma leerKRACHT biedt scholen verbetermogelijkheden
In Nederland biedt het programma leerKRACHT mogelijkheden tot het verbeteren van het professioneel handelen van leerkrachten en het komen tot een lerende cultuur. Op basis van een pilotstudy zijn vier sleutelinterventies ontwikkeld, te weten gezamenlijke lesplanning, lesobservaties door collega’s en feedback, regelmatige whiteboardsessies om doelen te formuleren en acties te herzien, en het betrekken van studenten hierbij.
Het is niet duidelijk of leerKRACHT daadwerkelijk een effectieve aanpak is voor kwaliteitsverbetering en daarmee voor het bereiken van hogere leerprestaties bij leerlingen. Wel is bekend dat op scholen die het programma uitvoeren onderwijsteams doelgericht en systematisch samenwerken aan onderwijsverbetering. Leerkrachten worden vooral sterker in het creëren van een veilig en stimulerend leerklimaat. Zowel schoolleiders als leerkrachten geven aan dat het programma bijdraagt aan een lerende cultuur in school.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Esther Stronkhorst (antwoordspecialist), Christa Teurlings en Wouter Schenke (kennismakelaars Kennisrotonde).