Mensen hebben verschillende motieven om een nieuwe taal te leren. Gemeenschappelijk doel is bijna altijd het verwerven van vaardigheden om te communiceren en jezelf te kunnen redden in een ander land. Het ontwikkelen van een woordenschat is daarbij essentieel. Zonder woordenschatkennis is het onmogelijk om te lezen, luisteren, spreken of te schrijven in een nieuwe taal.
Digitale woordenschatontwikkeling
Er bestaan talloze digitale hulpmiddelen om een nieuwe taal te leren. Voorbeelden zijn taalapplicaties voor op de smartphone of tablet en volledige digitale leeromgevingen waarmee iemand op de computer modules kan doorlopen. Veel digitale leermiddelen richten zich specifiek op woordenschatontwikkeling en grammaticale vaardigheden. Daarnaast zijn er voor laagopgeleide dan wel beginnende volwassen taalleerders veel (digitale) leermaterialen beschikbaar die juist het functioneel taalgebruik centraal stellen.
Digitale woordenschatprogramma’s worden vaak buiten lestijd maar binnen een georganiseerd lesprogramma ingezet. Op die manier kan de deelnemer tijdens de les met de docent werken aan de ontwikkeling van de andere taalvaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Bovendien is woordenschatontwikkeling grotendeels ‘stampwerk’; een kwestie van onthouden en herhalen.
Het gebruik van woordenschatprogramma’s op smartphones of tablets als onderdeel van een lesprogramma, is – in elk geval voor hoogopgeleide volwassenen – effectiever dan traditionele methoden met pen en papier. Die programma’s bieden woorden niet los, maar in een context aan. Vaak gaat dat samen met definities en voorbeeldzinnen, en soms zelfs met visualisaties en geluidsfragmenten voor het leren van de uitspraak. Een docent speelt hierbij een faciliterende of stimulerende rol. Ook monitort en stuurt hij het leerproces.
Digitale taalvaardigheidsontwikkeling
Diverse digitale leermiddelen richten zich op andere aspecten van tweede taalverwerving. Over de invloed op leeropbrengsten bij respectievelijk aan- of afwezigheid van een docent is niets te zeggen op basis van eerder onderzoek. Wel is onderzoek gedaan naar het leren van taalvaardigheden door volwassenen in een onderwijscontext waarbij de docent gebruik maakt van digitale leermiddelen. Daaruit komt naar voren dat digitale leermiddelen bijdragen aan de schrijfvaardigheden van volwassenen in de nieuwe taal. Een voorbeeld is een programma waarin meer mensen tegelijkertijd in hetzelfde bestand kunnen schrijven. Leeractiviteiten waarbij leerders online samenwerken zijn effectief om schrijf- en leesvaardigheid in de tweede taal te ontwikkelen. Het verbeteren van spreek- en luistervaardigheid gaat echter effectiever tijdens lessen in aanwezigheid van een docent en klasgenoten.
Er zijn aanwijzingen dat leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en grammatica kunnen verbeteren met digitale apps zonder de betrokkenheid van een docent. Dit lijkt vooral op te gaan voor hoogopgeleide volwassenen met een beperkte vaardigheid in de tweede taal, en niet voor laagopgeleiden of volwassenen die moeten inburgeren. Zelfrapportages van deelnemers in een gemixte taalleeromgeving – digitaal leren met ondersteuning van een docent – waren positiever over hun vooruitgang in taal, dan deelnemers die alleen online leerden.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Hanneke Leeuwestein (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben daartoe Maurice de Greef (onderzoeker volwasseneducatie) en José van der Hoeven (taalverwervingsspecialist) geraadpleegd.