Leerlingen in de onderbouw van de basisschool willen graag leren lezen. Die motivatie zakt in vanaf groep 6. De moeilijkheidsgraad van teksten neemt dan toe en leerlingen moeten steeds meer ‘lezen om te leren’. Tegelijkertijd neemt de begeleiding van het leesonderwijs af. Hierdoor stagneert de leesontwikkeling. Zo doen ze vaker frustrerende ervaringen op waardoor de animo om te lezen daalt.
Tutorlezen als aanvulling op klassikale leesinstructie
Veel basisscholen gebruiken tutorlezen – een vorm van peer tutoring – als aanvulling op de klassikale leesinstructie. Bij tutorlezen helpen leerlingen uit hogere groepen (de tutor) leerlingen uit de lagere groepen (de tutee) een-op-een om het technisch lezen te oefenen. De tutor geeft het goede voorbeeld, monitort het leesproces en geeft feedback.
Peer tutoring heeft matige tot hoge positieve effecten op de leerprestaties van leerlingen, bijvoorbeeld voor taalbeheersing, leesvaardigheden, rekenen en wiskunde. Daarnaast heeft peer tutoring een positieve invloed op het gedrag van leerlingen, interpersoonlijke vaardigheden, zelfvertrouwen en motivatie. Het is verleidelijk om uit deze algemene resultaten te concluderen dat tutorlezen een effectieve interventie is voor leesprestaties en -motivatie. Dit is echter te kort door de bocht geredeneerd.
Weinig bekend over effecten op tutors
Er is weinig bekend over de effecten van peer tutoring op tutors; de focus ligt op de effecten voor tutees. Uit het beperkte onderzoek dat wel gedaan is naar tutoren, blijkt dat peer tutoring in zijn algemeenheid een positief effect heeft op hun leerprestaties, maar dat dit effect bij lezen (veel) kleiner is dan bij andere vakken en vaardigheden. Bovendien doet het positieve leereffect op tutors zich vooral voor onder leeftijdgenoten, en veel minder wanneer oudere tutors jongere tutees begeleiden.
Aandacht voor motieven om te lezen versterkt leesmotivatie
Van andere interventies is wel aangetoond dat ze de leesmotivatie- en prestaties van leerlingen bevorderen. Aandacht geven aan de redenen, de motieven van leerlingen om te lezen is een van de kernelementen van effectief leesonderwijs. Gemotiveerde lezers lezen vaker en zetten door bij moeilijkere teksten. Daardoor oefenen ze leesvaardigheid en dat zorgt voor meer zelfvertrouwen en motivatie. Het motivatiepeil voor lezen wordt mede bepaald door de waarde die leerlingen hechten aan lezen, het zelfvertrouwen in hun leesvaardigheid, hun interesse in bepaalde teksten en hun leesdoelen.
Grootste winst bij interventies gericht op interesses leerlingen
Gerichte interventies kunnen de leesmotivatie en leesvaardigheid bevorderen, ook als leerlingen weinig animo hebben om te lezen. Het grootste positieve effect bereiken interventies die zich richten op de interesse van leerlingen, zoals teksten die aansluiten bij hun individuele leefwereld, en op leesactiviteiten die situationele interesse wekken.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José Mulder (kennismakelaar Kennisrotonde)