Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Vmbo-leerlingen kunnen na het behalen van hun eindexamen doorstromen naar havo-4. Het gaat hier vooral om leerlingen die de theoretische of de gemengde leerweg hebben gevolgd en die om diverse redenen niet naar het mbo willen. Zo is er een groep laatbloeiers die in het vmbo zijn begonnen en gaandeweg hebben ontdekt dat ze meer in hun mars hebben. Daarnaast zijn er leerlingen die altijd al havo wilden doen, maar tijdelijk slecht presteerden. Een andere groep stelt de keuze nog even uit. Zij weten niet welke richting ze in het mbo moeten kiezen.
Scholen die havo aanbieden, hebben de vrijheid om aan vmbo-gediplomeerden voorwaarden te stellen. Tot 2012 was er een grote variatie in die toelatingsvoorwaarden. Vmbo-gediplomeerden wisten hierdoor niet of pas in een laat stadium waar ze aan toe waren. Ouderorganisaties en leerlingenorganisaties gaven aan dat er sprake leek van willekeur, dat de voorwaarden arbitrair waren en dat het leidde tot shopgedrag van ouders en leerlingen. Ook de politiek maakte zich zorgen over het gebrek aan transparantie.
Toelatingscode
De VO-raad heeft in reactie daarop een toelatingscode ontworpen met als doel een goede en eerlijke overgang voor vmbo-leerlingen naar het havo tot stand te brengen. Die toelatingscode bevat diverse elementen. Een onderdeel ervan is dat havo-scholen maximaal een 6,8 mogen stellen als eis voor het gemiddeld eindexamencijfer. Dat cijfers is een gemiddelde van alle vakken en van zowel het schoolexamen als het centraal examen. Twee jaar na de invoering van de toelatingscode houden de meeste scholen zich aan de richtlijnen uit de code en een ruime meerderheid van de scholen stelt een gemiddeld eindexamencijfer van 6,8 als maximumeis.
Die grens voor een gemiddeld eindexamencijfer van een 6,8 ontleent de VO-raad aan een studie naar slagingskansen van vmbo’ers in het havo. Dat onderzoek bevat een uitgebreide analyse op basis van secundaire data van de schoolloopbanen van gediplomeerde vmbo’ers uit de gemengde en theoretische leerweg die doorstromen naar havo-4. Zij hebben daarbij studiesucces op het havo op twee manieren gedefinieerd: het behalen van het havo-diploma en het aantal schooljaren waarin dat diploma is behaald.
Van de vmbo’ers die met gemiddeld een 6 voor hun eindexamen naar havo-4 doorstromen, behaalt ruim een derde uiteindelijk een havo-diploma. Voor de vmbo’ers die gemiddeld een 7 stonden op hun eindexamen behaalt rond de tachtig procent het havo diploma en van de vmbo’ers met gemiddeld een 8 loopt dat percentage op naar negentig. Kortom, een hoger eindexamencijfer in het vmbo leidt tot een grotere kans op behalen van het havo-diploma. Daarbij is het slagingspercentage van vmbo’ers in het havo groter wanneer zij op een scholengemeenschap overstappen dan wanneer ze van een vmbo-school zonder havo-afdeling afkomstig zijn.
Verder halen vmbo-leerlingen met een hoger gemiddeld eindcijfer niet alleen vaker het havo-diploma, maar doen dat ook in minder tijd dan vmbo'ers met lagere gemiddelden. Overigens blijken leerlingen die naar het havo zijn doorgestroomd en geen diploma behalen in overgrote meerderheid door te stromen naar een passende vervolgopleiding in het mbo of hbo.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar).