Studenten gaan steeds vaker voor korte tijd – minder dan acht weken – naar het buitenland. Buitenlandervaring, zowel kort- als langdurend, lijkt positieve effecten te hebben. Dan gaat het om culturele en persoonlijke ontwikkeling en om kansen op de arbeidsmarkt. Deze resultaten zijn echter onzeker, omdat het onderzoek naar de impact van buitenlandervaring tekortkomingen kent. Hierdoor is onduidelijk wanneer welke effecten zich in welke mate bij welke studenten voordoen.
Gepubliceerd:
Lees het volledige rapport
Gerelateerde vragen
De belangrijkste belemmeringen voor studenten om buitenlandervaring op te doen, zijn de financiering en sociale banden. Positieve ervaringen van medestudenten of docenten stimuleren studenten om naar het buitenland te gaan. Persoonlijke kenmerken van mbo-studenten, zoals taalvaardigheid, vertrouwen in eigen kunnen, eerdere buitenlandervaring en studierichting beïnvloeden eveneens een eventueel buitenlands avontuur. Verder speelt de kwaliteit van het onderwijs of de stage op de locatie een rol.
Door internationaliseringsactiviteiten in het onderwijs, zoals een buitenlandse stage of online samenwerken met buitenlandse studenten, kunnen mbo-studenten interculturele vaardigheden en kennis opdoen. De daadwerkelijke impact van deze activiteiten is echter nog niet goed onderzocht. Ervaringen van docenten en studenten laten zien dat deze activiteiten bijdragen aan zowel hun persoonlijke als professionele ontwikkeling. Om de invloed van internationaliseringsactiviteiten te vergroten, is het belangrijk dat onderwijsinstellingen beleid ontwikkelen waar de hele school achter staat. En docenten moeten voldoende worden ondersteund om dit beleid uit te voeren.