Een studie of stage in het buitenland kan bijdragen aan de opleiding, het ontwikkelen van (interculturele) vaardigheden en de persoonlijke ontwikkeling van studenten. Niet elke mbo-student is evenwel geneigd om een buitenlandervaring op te doen. Verschillende factoren spelen bij de keuze een rol.
Grootste drempel om naar het buitenland te gaan is geld
Studenten zien geldgebrek als grootste belemmerende factor om tijdens hun studie naar het buitenland te gaan. Dit ondanks mogelijkheden voor financiële steun van bijvoorbeeld Erasmus+. Mochten ze wel buitenlandervaring (willen) opdoen, dan hebben studenten een voorkeur voor landen in de buurt of waar de kosten van levensonderhoud relatief laag zijn.
Wanneer de mbo-opleiding studenten en hun ouders goed informeert over de mogelijkheden maken ze er vaker gebruik van. Het gaat onder meer om informatie over financiering, paspoort en visa, en hoe een buitenlandervaring past binnen de studie. Een goede verankering van internationalisering in het beleid van een mbo-instelling – met bijvoorbeeld een strategie of kwaliteitsplan – helpt daarbij.
Sociale banden kunnen zowel belemmeren als stimuleren
Sociale banden kunnen mbo-studenten belemmeren om naar het buitenland te gaan. De grote afstand tot familie en vrienden weerhoudt hen af te reizen. Andere redenen zijn hobby´s, een bijbaan en het niet willen achterlaten van huisdieren. Om deze obstakels deels weg te nemen, bieden sommige mbo-instellingen reizen in groepsverband aan of zoeken ze naar internationale ervaringen net over de grens. Mogelijk dat studenten dan thuis kunnen overnachten.
Tegelijkertijd kunnen positieve ervaringen en verhalen van vrienden en studiegenoten studenten juist stimuleren om zelf ook een buitenlandervaring op te doen. Enthousiaste docenten die als rolmodel en ambassadeurs fungeren, kunnen studenten eveneens motiveren een deelstudie of stage in het buitenland te gaan volgen.
Persoonlijke ontwikkeling is reden om naar het buitenland te gaan
Persoonlijke ontwikkeling is voor veel studenten een belangrijke motivatie om naar het buitenland te gaan. Ze willen meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid, en zoeken het avontuur op. Verder willen ze andere culturen leren kennen en nieuwe mensen ontmoeten. Ook hun horizon verbreden in het vakgebied is soms een doel. De vreemde taal kan zowel een barrière vormen om buitenlandervaring op te doen, als een motivatie om die taal (beter) te leren.
Voor een aantal studies in het hbo en wo geldt dat studenten met hoogopgeleide ouders vaker naar het buitenland gaan, dan studenten met lager opgeleide ouders. In het mbo kan dat ook opgaan. De financiële onzekerheid en een gebrek aan support van thuis vormen dan voor mbo-studenten obstakels. Goede voorlichting over subsidies en studiebeurzen als Erasmus+ kan deze obstakels mogelijk wegnemen.
Kwaliteit van de buitenlandstudie speelt ook een rol
De kwaliteit van een buitenlandse universiteit speelt voor wo-studenten een grote rol. Mogelijk dat ook mbo-studenten de naam en faam van een stagebedrijf of opleiding meewegen. Studenten die niet naar het buitenland willen, zijn bang dat de studie of stage niet erkend wordt. Of ze denken dat de studie niet past binnen hun opleiding, met studievertraging als gevolg. Gaan die studenten wel, dan vinden ze de meerwaarde van een buitenlandervaring voor de persoonlijke ontwikkeling belangrijker.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ellen van Drie (adviseur internationalisering) en Sandra Wagemakers (kennismakelaar Kennisrotonde).