De Internationale Schakelklas (ISK) is een onderwijsvoorziening speciaal voor leerlingen die na de basisschoolperiode nieuw in Nederland zijn. In maximaal twee jaar maken ze in deze klas kennis met het Nederlandse onderwijs en leren ze de taal.
Er is weinig onderzoek gedaan naar de ISK-doelgroep. Om bovenstaande vraag toch te kunnen beantwoorden, is gekeken naar hoe vergelijkbare groepen Nederlands leren: volwassen nieuwkomers, meertalige leerlingen in het voortgezet onderwijs (al dan niet met een migratie-achtergrond) en mensen die op latere leeftijd een vreemde taal leren.
Drie didactische strategieën om Nederlands te leren
Bij genoemde groepen helpen verschillende strategieën en activiteiten om beter de doeltaal te leren. Alle strategieën maken gebruik van de thuistaal:
Didactische strategie 1: het taalbewustzijn vergroten
Taalbewustzijn gaat over de kennis van leerlingen over taal als zodanig. Volwassenen met een hoog taalbewustzijn leren nieuwe talen sneller dan leerders met een laag taalbewustzijn.
- Docenten kunnen het taalbewustzijn van hun leerlingen stimuleren door hen aan te moedigen actief de thuis- en doeltaal (Nederlands) te gebruiken en daarop te reflecteren. Door overeenkomsten en verschillen te ontdekken in woordenschat of grammatica (bijvoorbeeld hoe het meervoud tot stand komt) groeit hun kennis en begrip van de doeltaal Nederlands.
- Docenten kunnen hun leerlingen bewuster maken van hun meertaligheid en de invloed die dat heeft op hun leven en identiteit. Bijvoorbeeld door hen te laten uitzoeken welke taal(-variëteit) hun familie spreekt.
Didactische strategie 2: ruimte voor meertaligheid creëren
Docenten geven in Nederland gewoonlijk onderwijs in één taal, het Nederlands. Ze kunnen deze gewoonte doorbreken door ook te communiceren en instructie te geven in talen die de leerlingen thuis spreken. Docenten kunnen met leerlingen kritisch naar de meertaligheid in hun omgeving kijken en deze analyseren. Daarbij kun je denken aan:
- Activiteiten waarbij de leerlingen meerdere talen naast elkaar gebruiken en deze vergelijken, de zogenoemde translanguaging-aanpak. Ze kunnen bijvoorbeeld woorden in de verschillende talen zoeken die op elkaar lijken (cognaten) of verhalen schrijven in verschillende talen. Hierdoor krijgen meertalige leerlingen meer kennis van de kleinste woorden of delen van woorden (morfologisch bewustzijn). Ze kunnen daardoor in de doeltaal beter nieuwe woorden vormen met voorvoegsels (on-) of achtervoegsels (-heid, -baar).
- Docenten kunnen meertalige instructie geven: uitleg, toelichtingen, opdrachten en voorbeelden in de thuistaal van de leerlingen, in plaats van alleen in het Nederlands. Onderzoek toont aan dat meertalige instructie de woordenschat vergroot, mits de thuistaal niet te veel lijkt op de doeltaal.
Didactische strategie 3: meertaligheid inzetten om taalvaardigheden aan te leren
Door zowel de thuis- als de doeltaal te gebruiken kunnen docenten hun leerlingen bewust(er) maken van hun meertaligheid. Leerlingen kunnen deze meertaligheid vervolgens inzetten om deelvaardigheden in de doeltaal te verbeteren, zoals woordenschat, schrijven of lezen. Een paar voorbeelden:
- Leerlingen hun thuistaal laten gebruiken buiten de klas, bijvoorbeeld bij de voorbereiding thuis op de les.
- Het morfologisch bewustzijn van leerlingen versterken, de kennis over de kleinste woorden of delen van woorden (morfemen), bijvoorbeeld voor- en achtervoegsels en de stam. Als leerlingen dit soort vormelementen in de thuis- en doeltaal vergelijken, kunnen ze beter nieuwe woorden in de doeltaal maken.
- Schrijfopdrachten meertalig voorbereiden, door concepten te schrijven in de thuistaal of een mix van de thuis- en doeltaal. Leerlingen gebruiken hun thuistaal dan strategisch om ideeën te genereren en informatie te structureren.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Joana Duarte (antwoordspecialist) en Merel Wolf (kennismakelaar Kennisrotonde)