Onderzoek naar de effecten van het plaatsen in een lager niveau (afstromen) in het voortgezet onderwijs is zeer beperkt beschikbaar. Afstroom zoals het in Nederland gebeurt, komt in andere landen niet voor. In Vlaanderen zijn er wel afstromers, maar doordat het basisschooladvies daar niet dwingend is, is het niet een-op-een vergelijkbaar met Nederland.
Vlaams onderzoek: dalende cijfers na afstroom
Het enige onderzoek dat we hebben kunnen vinden, is een Vlaamse studie naar de effecten van afstroom. Hieruit blijkt dat de cijfers van afgestroomde leerlingen in het eerste jaar na afstroom dalen op gestandaardiseerde toetsen voor Nederlands en wiskunde. Hoe eerder een leerling afstroomt in het voortgezet onderwijs, hoe sterker de negatieve samenhang met de schoolprestaties is.
Vlaams onderzoek: Positiever beeld over eigen kunnen
Dezelfde studie laat ook zien dat leerlingen die afstromen een verhoging van hun ‘academisch zelfconcept’ ervaren. Dit houdt in dat zij een positiever beeld over hun eigen academische kunnen hebben. Dit komt door het zogeheten Big-fish-little-pond-effect: de afstromende leerlingen zaten namelijk eerst tussen leerlingen met vrijwel allemaal een hoger niveau. In de nieuwe situatie behoren zij (relatief gezien binnen de groep) tot de leerlingen met een hoger niveau. Omdat leerlingen zich onderling vergelijken met klasgenoten neemt hun competentiegevoel na afstromen toe. Het positieve beeld over hun academische kunnen blijkt groter naarmate leerlingen later in het voortgezet onderwijs afstromen. In de schooljaren die volgen neemt het weer af. Dat geldt overigens ook voor leerlingen die niet zijn afgestroomd.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Monique Dijks (antwoordspecialist), Sjerp van der Ploeg en José Mulder (kennismakelaars Kennisrotonde).