Of een lectoraat of practoraat succesvol is, hangt af van de inrichting en doelen van de opleiding, het personeelsbeleid en de strategieën voor kennisbenutting. Over de transferbaarheid van deze factoren naar het primair onderwijs is geen onderzoek beschikbaar. Experts op het gebied van de rol van onderzoek in het onderwijs komen wel tot aandachtspunten bij een eventuele introductie van een onderzoeksfunctie in het primair onderwijs. Dat zijn de visie van de school op onderzoek, betrokkenheid van de leerkrachten, kennisbenutting en financiering.
Interactie over boeken stimuleert de literaire leesvaardigheid van leerlingen in het basisonderwijs. Het kan dan gaan om interactief voorlezen, leescirkels en boekgesprekken. Wanneer leerkrachten hun leerlingen betrekken bij en laten deelnemen aan gesprekken over boeken, verhoogt dat een actieve leerhouding en de motivatie. Interactie over boeken heeft ook positieve effecten op begrijpend lezen en literaire competentie.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Digitale vaardigheden en taalvaardigheden hangen met elkaar samen. Een gecombineerd onderwijsaanbod in taallessen aan laagopgeleide volwassenen is goed mogelijk. Dat aanbod moet dan wel aansluiten bij de individuele behoeften van de deelnemers en bij de inhoud van het taaltraject. Vooral een blended leeromgeving met ondersteuning van een docent als expert en mentor kan er voor zorgen dat elke deelnemer het gewenste leerresultaat bereikt.
Het is aannemelijk dat keuzevrijheid en samenwerking effectieve elementen zijn in een training gericht op executieve functies van leerlingen van twaalf tot zestien jaar. Er is echter weinig tot geen direct bewijs voor. Een training van keuzevrijheid en ruimte voor samenwerking kan mogelijk bijdragen aan intrinsieke motivatie en welbevinden van leerlingen. Er bestaat een verband tussen deze laatste factoren en executieve functies. Leraren die autonomie van leerlingen ondersteunen, hebben leerlingen met sterkere executieve functies. Of het gaat om een oorzakelijk verband is niet bekend. Dat is wel duidelijk bij peer mentoring. De mentorleerling kan direct bijdragen aan het toepassen van strategieën voor executieve functies door de leerling die hij begeleidt.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Om de spreekvaardigheid van volwassen NT2-leerders te meten, is een brede toetsinhoud nodig, die aansluit bij concrete taalsituaties. Mogelijke toetsvormen zijn de kandidaat-examinator toets, de toets in tweetallen en de groepstoets. De laatste twee lijken iets geschikter te zijn voor het toetsen van mondelinge bekwaamheid, omdat er meer ruimte is voor interactie. Getrainde beoordelaars moeten die toetsen afnemen.
Leraren en leerlingen zijn enthousiast over de vele mogelijkheden voor het onderwijs met smartboards. Vooral de levendige presentaties en heldere organisatie van bronnen zien zij als voordelen van deze interactieve, digitale borden. Verder noemen ze meer interactie tussen leerlingen, meer samenwerkend leren en hogere motivatie. Maar de meerwaarde van interactieve borden op het leren is nooit bewezen. De ene keer werkt het beter dan een niet-interactief bord, de andere keer minder goed.
De beginperiode van een schoolleider is een lastige periode, met hoge werkdruk. De startende schoolleider is bezorgd over zijn nieuwe positie en zijn rol tegenover leraren. Hij heeft moeite om een coherente organisatie te realiseren, gericht op het primaire proces; een van de basiscompetenties in het beroepsprofiel. Over effectieve aanpakken van het begeleiden en stimuleren van startende schoolleiders in het voortgezet onderwijs is weinig bekend.
Schoolleiders kunnen curriculumontwikkeling bevorderen door doelbewust interventies in te zetten. Curriculumontwikkeling is een complex proces dat je kunt zien als een organisatieverandering en als een ontwerpproces. Op beide onderdelen kunnen schoolleiders zorgen voor duurzame ontwikkeling en verankering in de organisatie. Succesfactoren zijn onder andere het stimuleren van een positieve houding ten aanzien van curriculumverandering binnen de school en het vormgeven van een gezamenlijk en geleidelijk proces. De verandering inbedden in het professionele ontwikkelingsprogramma voor alle betrokkenen draagt ook bij aan succes.
Basisscholen kunnen masteropgeleide leerkrachten onder meer inzetten bij het ontwerpen van lessen en bij lesbezoek. Persoonlijke kenmerken en leiderschapskwaliteiten van masteropgeleiden verhogen hun bijdrage aan de schoolkwaliteit. Het gaat dan om geloofwaardigheid, geloof in eigen kunnen en het vermogen om collega’s te mobiliseren. Ook schoolkenmerken zijn van belang, zoals inbedding in het personeelsbeleid, het inzetten van verschillende typen masters, en erkenning en ondersteuning door het management. Voorts helpen een sterk netwerk in de school, en een open en lerende cultuur.
Geactualiseerd: 1 mei 2023
Het gebruik van digitale technologie voor rekenonderwijs op de basisschool lijkt een kleine positieve invloed te hebben op de leerlingprestaties. Het effect is het grootst als digitale leermiddelen een traditionele aanpak ondersteunen, aansluitend bij het niveau van de leerling. Andere factoren zijn echter bepalender voor rekenprestaties. Het gaat dan om extra instructie, manier van inzetten van hulpmiddelen door de leerkracht en zijn of haar kwaliteiten.