Basisschoolleerlingen die een groep overslaan hebben een leervoorsprong, maar kunnen in hun nieuwe groep – met oudere klasgenoten – een relatieve achterstand hebben. Afhankelijk van het gemak waarmee versnelde leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school, kunnen zij deze relatieve achterstand inlopen gedurende de basisschoolperiode. De mate waarin versnelde leerlingen relatief achterlopen ten opzichte van hun nieuwe klasgenoten en in hoeverre ze dat inhalen binnen het basisonderwijs, is niet uit onderzoek bekend.
Constructivistische rekenmethoden, zoals realistisch reken-wiskundeonderwijs, leveren geen betere resultaten op dan traditionele methoden zoals directe instructie, maar ze doen er ook niet voor onder. De rekenprestaties hangen samen met de kennis en vaardigheden van de leraar, de interactie tussen leraar en leerlingen en de aandacht en tijd voor rekenen-wiskunde. Rekenzwakke leerlingen lijken problemen te ondervinden bij relatief open didactische methoden, omdat zij meer behoefte aan structuur hebben dan betere rekenaars.
Of kleuters al kunnen reflecteren op hun eigen leerproces hangt samen met drie factoren: hun taalvaardigheid, Theory of mind en executieve vaardigheden. Als deze goed zijn ontwikkeld, vergemakkelijkt dat de zelfreflectie. Kleuters kunnen het beste onmiddellijk na een activiteit reflecteren. Verder terugkijken is voor hen moeilijk, omdat hun episodisch geheugen daarvoor onvoldoende is ontwikkeld. Als hulpmiddel kunnen leraren een jonge leerling laten kijken naar een video waarin het kind zelf een bepaalde activiteit uitvoert. Daar kan de leerling dan vervolgens op reflecteren.
De meeste leerlingen met dyslexie lezen niet sneller en accurater met een groter beeldscherm. Sterker, sommigen hebben juist baat bij een kleiner beeldscherm. Het verbeteren van het lezen zit vooral in extra ruimte tussen de letters. Bij bijvoorbeeld een e-reader zijn vaak slechts enkele woorden op een regel zichtbaar, net als bij een krantenkolom. Dit leidt leerlingen minder af. Dit voordeel kan mogelijk ook bereikt worden door een beeldscherm in de portretstand te zetten of door kortere regels op het scherm in te stellen.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er is geen Nederlands onderzoek beschikbaar dat inzicht geeft in de effecten van afstromen op de leerprestaties en motivatie van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Vlaams onderzoek laat zien dat de prestaties van leerlingen dalen na afstroom en dat leerlingen tegelijkertijd een positiever beeld krijgen over hun eigen kunnen. Aangezien het basisschooladvies in Vlaanderen niet dwingend is, zoals in Nederland, is onduidelijk of deze effecten zich ook in Nederland voordoen.
De vraag of 8-jarige leerlingen die Nederlands als tweede taal leren mondeling betere grammaticale zinnen formuleren als ze meer luisteren/lezen in die taal, is niet eenduidig te beantwoorden. Wat daarbij een rol speelt is de verwantschap tussen talen, de leeftijd waarop leerlingen zijn begonnen met het leren van Nederlands en hoelang ze aan die taal zijn blootgesteld. De (grammaticale) ontwikkeling in de tweede taal gaat vooruit door taalproductie (spreken), tweezijdige interactie en door expliciete grammatica-instructie, waarbij leraren goed moeten afstemmen op de capaciteiten van het kind.
Leerlingen in het basisonderwijs halen betere resultaten in taal en rekenen als ze in twee opeenvolgende jaren van dezelfde leraar les krijgen, in vergelijking met leerlingen die een andere leraar krijgen. Het gaat hier om een bescheiden maar positief effect. De oorzaak ligt waarschijnlijk in de sterkere band tussen de leraar en leerlingen. Dat draagt bij aan een effectief leerklimaat in de klas. Onderzoek naar effecten op het welbevinden van leerlingen is niet bekend.
Taalgericht vakonderwijs bevordert de taalvaardigheid van leerlingen. Deze inhoudsgerichte benadering is effectief wanneer de docent taal en inhoud met elkaar verbindt. Verder helpt het hoge verwachtingen te hebben van leerlingprestaties en feedback te geven op het taalgebruik. Daarnaast zijn leerlingen gebaat bij interactie en samenwerking om hun taalvaardigheid te oefenen. Om taalgericht vakonderwijs op school in te voeren, is een overkoepelend en breed gedragen taalbeleid raadzaam. Daarvoor is samenwerking tussen taal- en vakdocenten nodig en professionalisering van vakdocenten.
Geactualiseerd: 28 december 2023
Anderstalige volwassenen leren een tweede taal beter als zij zowel binnen als buiten de les actief zijn met die taal. Om de motivatie voor het leren buiten de les te versterken is het belangrijk dat docenten inspelen op de interesses en ervaringen van hun cursisten. Daarnaast moet de lesstof goed aansluiten op realistische situaties. Docenten kunnen hen ook stimuleren door te zorgen voor een positieve leerervaring en hen wijzen op plekken buiten de les (zoals een taalcafé) waar ze kunnen oefenen.
De effecten van talentgericht werken in het onderwijs zijn niet eenduidig. Modellen voor talentontwikkeling helpen bij het denken over de relatie tussen talentontwikkeling en uitkomsten op leerlingniveau. Ze schieten echter tekort als onderbouwing bij deze relatie. Motivatie is gunstig voor leerprestaties, werd lang gedacht. Recent onderzoek laat vooral het omgekeerde zien: het leveren van prestaties werkt motiverend. Kennis over gepersonaliseerd onderwijs wijst uit dat er onder bepaalde voorwaarden een positieve relatie is met motivatie en leeropbrengsten. Leerlingen moeten dan wel beschikken over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden.