Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Kortere lesuren, en daarmee een vermindering van de totale instructietijd, zullen leiden tot een daling in leerprestaties voor leerlingen in havo/vwo. Het staat dus buiten kijf dat dan compenserende maatregelen nodig zijn. Er is onvoldoende informatie over welke interventies daarvoor afdoende zijn. Wel is duidelijk dat docenten de vrijgekomen tijd zouden moeten besteden aan het verbeteren van hun competenties om leerprestaties te bevorderen.

    Lees meer

    Bewegen in de klas heeft positieve effecten op aandacht en cognitie. Een kwartier matig tot intensief bewegen lijkt de gunstigste invloed te hebben. De sterkste effecten zijn gevonden voor fysieke activiteit die tevens cognitief uitdagend is. Het is echter onbekend of deze effecten ook bij adolescenten optreden. Wel is bekend dat bewegen op zich een positieve uitwerking heeft op aandacht, impulsbeheersing en taakgericht gedrag. Dat komt vermoedelijk door veranderingen in de hersenen, zoals een verbeterde doorbloeding en verhoogde hormoonniveaus.

    Lees meer

    Muziekonderwijs in de breedste zin lijkt bij te dragen aan groepscohesie en aan de ontwikkeling van sociaal gedrag van leerlingen. Over het effect van specifiek instrumentale muzieklessen is weinig bekend, behalve dat ze waarschijnlijk invloed hebben op sociaal gedrag. Verder liggen er mogelijk kansen voor het ontwikkelen van groepscohesie door wekelijkse instrumentale muzieklessen aan te bieden.

    Lees meer

    Doorstromers van havo naar vwo (‘stapelaars’) ervaren diverse belemmeringen. Zo zijn de exameneisen voor havo en vwo verschillend. Ook stelt het vwo toelatingseisen waaraan een deel van de leerlingen niet kan voldoen. En de school kan te weinig begeleiding bieden, vooraf, tijdens en na de overstap. De meerderheid van de doorstromende havisten behaalt binnen twee jaar het vwo-diploma. Het studiesucces in het wetenschappelijk onderwijs verschilt niet tussen de stapelaars en de niet-stapelaars met een vwo-diploma.

    Lees meer

    In de kleutertijd gaan kinderen steeds meer samenspelen. Hun spel wordt ingewikkelder en associatiever, en hun invoelingsvermogen groeit. Leerkrachten kunnen spel ondersteunen door initiatief, zelfregulatie en interactie tussen kinderen te stimuleren. Leerkrachten geven ruimte aan fantasie en aan sociaal leren in groepen. Als kleuters niet vanzelfsprekend tot het te verwachten spel komen, zetten leerkrachten vaak een op interactie gerichte didactiek in. Een aanpak van verkennen, verbinden en verrijken kan stimulerend werken voor de spelontwikkeling.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 1 juli 2024

    Het bieden van keuzemogelijkheden kan taken voor leerlingen interessanter, leuker en/of aantrekkelijker maken. Wat een leerling als prettige keuzeruimte ervaart, hangt enerzijds af van diens interesse en voorkennis, en anderzijds van het aantal geboden keuzemogelijkheden en de timing ervan. Over de precieze relatie tussen het bieden van keuzemogelijkheden en leerresultaten is echter weinig bekend.

    Lees meer

    De gevolgen van het halen van veel hoge of juist veel lage cijfers lopen in het voortgezet en hoger onderwijs flink uiteen. Cijfers motiveren leerlingen en studenten tot leren en het halen van hogere cijfers. Maar het krijgen van cijfers kan ook leiden tot gevoelens van angst. Lage cijfers zorgen logischerwijs voor negatieve gevoelens bij leerlingen, hoge cijfers juist voor positieve gevoelens. Er is weinig bekend over hoe basisschoolleerlingen het krijgen van een cijfer ervaren.

    Lees meer

    Scholen kunnen verzuim en voortijdig schoolverlaten tegengaan door te investeren in een positief leerklimaat en een goede zorgstructuur. Daarbij moet het netwerk van de student worden betrokken. Belangrijk is dat de registratie van verzuim en uitval op orde is, en dat de school een consequent verzuimbeleid uitvoert. Een integrale aanpak werkt beter dan een aanpak gericht op een enkele risicofactor.

    Lees meer

    Een kleinere klassenomvang beïnvloedt over het algemeen de leerprestaties positief. De grens zou weleens bij twintig leerlingen kunnen liggen. Het is daarbij belangrijk de leerlingen binnen kleinere klassen verder te groeperen naar niveau en differentiatie van instructie. Bij echt kleine subgroepen die bestaan uit drie of vier leerlingen zijn de leeropbrengsten hoger dan bij subgroepen van vijf tot zeven leerlingen.

    Lees meer

    Vrij snel starten met samen onderzoek doen, stimuleert de ontwikkeling van een onderzoekende houding bij studenten. Een voorwaarde is wel dat zij eerst de bedoelingen van hun onderwijs en hun eigen rol daarbinnen verkend hebben. Verder moet de onderzoeksopdracht aansluiten bij de beroepspraktijk en beknopt zijn. De docent vervult een voorbeeldrol en geeft ‘een onderzoekende houding’ expliciet aandacht in zijn colleges. Er is geen bewijs gevonden dat het zin heeft studenten eerst een theoretische basis te laten verwerven.

    Lees meer