Speciale voorzieningen buiten de klas voor (hoog)begaafde leerlingen hebben een positief effect op hun cognitieve prestaties. Zo bevorderen bijvoorbeeld verrijkingsprogramma’s het leerproces van begaafde leerlingen. Vooral contact met gelijkgestemden en uitdaging zijn hierbij belangrijk. Een deel van de begaafde leerlingen heeft hulp nodig bij ‘leren leren’, een vaardigheid die ze niet altijd vanuit zichzelf meester zijn.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Door de grote verscheidenheid aan leerdoelen in de volwasseneneducatie kan differentiatie bijdragen aan een hoger leerrendement. Vooral voor taal- en rekentrajecten lijken een sterke directe instructie en variatie in leermiddelen succesvolle manieren van differentiatie. De rol van de docent als expert en mentor blijft hierbij essentieel. Deelnemers zijn tevredener als ze aan een gelijkwaardige docent gekoppeld zijn. Dus een goede afstemming tussen docent en deelnemer helpt om de individuele leerdoelen te behalen.
Leervoorkeuren of leerstijlen van leerlingen en studenten die worden gerelateerd aan verbale of visuele informatieverwerking, hebben weinig tot niets te maken met hun ruimtelijke of verbale vaardigheden. De zogenoemde beelddenkers maken verbale opdrachten even goed als de woorddenkers en andersom. Op grond hiervan is niet te verwachten dat het studiesucces van beelddenkers toeneemt met minder talige opdrachten.
Bewijs voor effectiviteit of ineffectiviteit van de inzet van leervoorkeuren op leerresultaten ontbreekt. Op basis van kennis over het toepassen van de theorie van leerstijlen lijkt het voor het leerrendement niet zinvol om onderwijsaanbod aan te passen aan leervoorkeuren. Mogelijk is er wel een belangrijke relatie tussen voorkennis en leervoorkeuren.
Een deel van de kennis die leerlingen vergaren in het voortgezet onderwijs gaat verloren als ze deze niet meer gebruiken. Dat gebeurt vooral in de eerste jaren na de kennisverwerving. Een substantieel deel van de resterende kennis is zelfs na vijftig jaar nog beschikbaar, ook als deze in de tussenliggende periode niet is gebruikt. De persoon herkent of herinnert zich dan de kennis, of kan deze sneller leren dan bij de aanvankelijke verwerving. Het percentage beschikbare kennis na een bepaalde tijd is onder meer afhankelijk van de duur van het genoten onderwijs. Andere factoren zijn het behaalde kennisniveau, het schoolvak en het type kennis (passief of actief).
Geactualiseerd: 1 juli 2024
Het bieden van keuzemogelijkheden kan taken voor leerlingen interessanter, leuker en/of aantrekkelijker maken. Wat een leerling als prettige keuzeruimte ervaart, hangt enerzijds af van diens interesse en voorkennis, en anderzijds van het aantal geboden keuzemogelijkheden en de timing ervan. Over de precieze relatie tussen het bieden van keuzemogelijkheden en leerresultaten is echter weinig bekend.
De stage en de overgang naar werk zijn voor veel mbo-studenten met een ondersteuningsbehoefte een struikelblok in de opleiding. Echter, passend onderwijs kan ook in de beroepspraktijkvorming bijdragen aan de succesvolle begeleiding van die studenten. Een in de praktijk ontwikkelde en beproefde methode hiervoor is de Transitieroute. Het is een individueel maatwerktraject dat een jaar voor afstuderen begint en een jaar na afstuderen eindigt. Een gezamenlijke aanpak van betrokkenen kan leiden tot een succesvolle transitie.
Bij leerwegondersteunend onderwijs wordt veelal gekozen voor klassenverkleining. Uit internationaal onderzoek weten we dat klassenverkleining effect heeft op leerlingprestaties, maar dat die effecten niet groot zijn. Klassenverkleining in combinatie met meer individuele aandacht van de leraar, leidt wel tot betere leerresultaten.
Gestreste leerlingen die in instellingen wonen, hebben behoefte aan veiligheid en ‘normaliteit’. Naar school gaan en een bij school betrokken leefomgeving hoort daarbij. Ook zorgverleners zouden, net als ouders idealiter, zich betrokken moeten tonen bij het leren en school. Leren kunnen kinderen in deze bijzondere omstandigheden dus wel, maar misschien niet meteen op dezelfde manier als anderen. Gestreste leerlingen kunnen soms niet meteen rustig en geconcentreerd werken, maar er zijn meer manieren om te leren. Een veilige omgeving bieden betekent dus niet dat het leren moet worden uitgesteld.
Er bestaan verschillende manieren om rekening te houden met verschillen tussen studenten. Het is belangrijk in het onderwijsproces te differentiëren maar ook in de instructie aan studenten. Binnen het mbo is er nauwelijks onderzoek naar effectieve didactieken die rekening houden met cognitieve verschillen en verschillen in kennis binnen een groep. Er is enig bewijs dat een stappenplan of leerplan docenten kan helpen differentiëren. En relatief zwakkere studenten zijn gebaat bij een korte, krachtige instructie.