Directe instructie door leerkrachten draagt voor alle leerlingen in het basisonderwijs bij aan hun resultaten. Leerlingen met achterstanden profiteren daarvan het meest. Het inzetten van verlengde instructie voor laag presterende kleuters is niet voldoende om hen een inhaalslag te laten maken. Over het effect van verschillende varianten van directe instructie op de taal- en rekenvaardigheden van laag presterende kleuters is weinig bekend.
De effectiviteit van het directe instructiemodel bij afstandsonderwijs in het primair onderwijs is niet onderzocht. Wel hebben experts adviezen gegeven over toepassing ervan, naar aanleiding van de covid-19-uitbraak. Zij zien goede mogelijkheden voor digitale toepassingen van verschillende fasen en werkvormen van het model. Leerkrachten moeten dan wel interactie met de leerlingen benutten en haalbare doelen stellen. Ook wijzen experts op het belang van differentiatie, om te voorkomen dat achterstanden toenemen.
Of het gebruik van digitale middelen bij het lesgeven leidt tot een hogere efficiëntie of vermindering van werkdruk bij leraren is niet wetenschappelijk bewezen. Het is onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk om met ict de werkdruk te verminderen. Daarvoor moet een leraar toegang hebben tot ict-faciliteiten op school en thuis, het dagelijks gebruiken en vertrouwen hebben in eigen kunnen (self-efficacy). Ook de kwaliteit van scholing en training kan leiden tot minder werkdruk. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de inzet van ict voor individueel onderwijs, bij lesvoorbereiding en nakijkwerk, een tijdsbesparing kan opleveren.
Er is weinig onderzoek bekend naar de voor- of nadelen van flexibele lesuren voor de leerprestaties en motivatie van leerlingen. Uit ander onderzoek blijkt wel dat keuzevrijheid een positief effect heeft op motivatie, maar niet direct op de prestaties. Als leerlingen meer keuzevrijheid krijgen om zodoende hun leerprestaties te verbeteren, moeten ze wel over meer zelfregulerende vaardigheden beschikken. Door leerlingen te begeleiden in het keuzeproces kunnen zij die vaardigheden aanleren.
Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen zich even veilig ontwikkelen in een kleine klas als in een grote klas. Blijkbaar is de grootte van de klas geen bepalende factor voor leerlingen als het gaat om mentale gezondheid en welzijn. Dat beeld komt naar voren uit een beperkt aantal wetenschappelijke publicaties.
Co-teaching (samen lessen voorbereiden, geven en evalueren) biedt kansen voor professionele ontwikkeling van leraren. Het vereist wel investeringen in tijd, visieontwikkeling, reflectievaardigheden, training en écht partnerschap. Effectief leren van elkaar tijdens de les kan onder die condities onder meer door modelleren en coachen met een oortje.
Onderwijs in combinatiegroepen 1-2 lijkt minder gunstig te zijn voor de cognitieve ontwikkeling van kleuters, vooral de oudere kleuters in de groep. Voor oudere kleuters zijn aparte jaargroepen beter. Het verschil zit hem in de instructietijd en de kwaliteit van interacties tussen leerkracht en leerlingen, die zijn beter in jaargroepen dan in combinatiegroepen. De effecten van combinatiegroepen op de sociale ontwikkeling zijn niet eenduidig. Sommige onderzoeken vinden geen verschil met jaargroepen. Volgens ander onderzoek hebben combinatiegroepen een positieve invloed op het spel van leerlingen en zijn er minder conflicten dan in jaargroepen.
Werkzame kenmerken van afstandsonderwijs zijn constructieve doelgerichte dialoog tussen student en docent, een goede en flexibele structuur van het programma en gevoel van autonomie bij de student. Online-onderwijs gecombineerd met face-to-face momenten (blended onderwijs) lijkt effectiever te zijn dan alleen online- of face-to-face-onderwijs. Dit blijkt in elk geval voor in het hoger onderwijs en volwassenenonderwijs. Over effectiviteit en kenmerken van afstandsonderwijs specifiek in het mbo is weinig bekend.
Leraren hebben met verschillende didactische en pedagogische interventies invloed op het klimaat in de klas. Voorbeelden zijn instellen van gedragsregels, toewijzen van zitplaatsen, praten met ordeverstoorders, ingrijpen bij pestgedrag, en leerlingen laten werken aan groepstaken. De samenstelling van een klas heeft doorgaans weinig invloed op klimaat en leerprestaties. Veranderen van de groepssamenstelling kan mogelijk wel helpen als het werk- en leerklimaat verstoord is en interventies in de bestaande klas niet voldoende opleveren. Onderzoek hiernaar ontbreekt echter.
Om leerlingen effectief te laten leren van spel in hoeken is het nodig regels op te stellen voor het hoekenwerk en er voor te zorgen dat leerlingen zich betrokken voelen. Binnen de gestelde kaders moeten leerlingen zelf kunnen bepalen hoe zij hun spel spelen. Drie factoren zijn van invloed op de kwaliteit van het spel: de speelomgeving, de interactie tussen de leerlingen onderling en de interactie met de leerkracht. Een leerkracht bereikt meer met spelend leren als de leerdoelen aansluiten bij de ontwikkeling van de individuele leerling.