Interactie over boeken stimuleert de literaire leesvaardigheid van leerlingen in het basisonderwijs. Het kan dan gaan om interactief voorlezen, leescirkels en boekgesprekken. Wanneer leerkrachten hun leerlingen betrekken bij en laten deelnemen aan gesprekken over boeken, verhoogt dat een actieve leerhouding en de motivatie. Interactie over boeken heeft ook positieve effecten op begrijpend lezen en literaire competentie.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Gerichte interventies kunnen bij leerlingen van vier tot acht jaar voor een betere leesvaardigheid zorgen. Vooral de didactiek en methoden, de leerkracht en de leeromgeving dragen bij aan het behalen van betere leesprestaties. Maar het precieze effect van (technisch) leesonderwijs is niet duidelijk, want ook kenmerken van leerlingen, hun thuissituatie en de school hebben invloed. Van laaggeletterdheid is feitelijk pas sprake als iemand geen initieel onderwijs meer volgt waar diegene zijn taalvaardigheidsniveau kan verhogen. Mede daardoor is een eenduidig verband tussen (technisch) leesonderwijs en de mate van geletterdheid niet vast te stellen.
Geactualiseerd: 19 februari 2024
Een lesmethode met zingend of zoemend lezen lijkt een positieve impuls te geven aan het leesniveau van leerlingen in groep 3. Daarnaast lijken de eerste onderzoeken aanwijzingen te geven dat kleuters makkelijker tot decoderen komen.
Leerlingen die gedurende hun basisschoolperiode veel tijd besteden aan het lezen, ontwikkelen zich tot goede lezers. Leerlingen die weinig lezen, blijven daarin achter. Voor het bevorderen van voortgezette technische leesvaardigheid - vlot en vloeiend lezen met begrip – zijn hardop lezen en stillezen effectieve aanpakken. Het delen van leeservaringen met medeleerlingen en begeleiding door de leerkracht zijn bij deze leesactiviteiten voorwaarden voor succes.
Het herhaald oefenen van woorden bevordert het leestempo en de accuratesse van de desbetreffende woorden. Zwakke lezers krijgen op die manier sterkere woordrepresentaties. De transfer naar nieuwe woorden is niet vanzelfsprekend. Oefening op woordniveau leidt tot sneller lezen bij een woordleestaak, dan oefening op tekstniveau. Andersom, leerlingen die op tekstniveau oefenen, lezen vervolgens teksten sneller dan leerlingen die losse woorden oefenen. Leesvaardigheid lijkt daarom het meest gebaat bij een combinatie: oefenen op woord- en op tekstniveau.
Leesmotivatie is een belangrijke voorspeller van leesgedrag en van leesprestaties. Op theorie gestoelde programma’s voor leesmotivatie dragen bij aan de motivatie van leerlingen en aan hun vaardigheid in begrijpend lezen. Het effectiefst zijn programma’s die nadruk leggen op redenen om te lezen, in combinatie met het bevorderen van zelfvertrouwen. Ook het wekken van persoonlijke interesse, aandacht voor de autonomie van de leerling en het stimuleren van samenwerking vergroten het plezier in lezen.
Het onderscheiden en herkennen van klanken is een voorwaarde voor het begrijpen van een boodschap. Of het zinvol is eerst het auditieve geheugen van kleuters te trainen en daarna pas te werken aan de ontwikkeling van hun kritische luistervaardigheid is niet aan te geven. Er lijkt eerder sprake van een samenhang. Gelijktijdig aandacht besteden aan auditieve vaardigheden en fonologisch bewustzijn en aan kritisch en begrijpend luisteren lijkt dan aan te raden.
Tutorlezen is een effectieve aanvulling op de klassikale leesinstructie. Het bevordert vloeiend lezen en heeft een positief effect op onder andere leesmotivatie en zelfvertrouwen. Wil tutorlezen effectief zijn dan zal het meerdere malen per week in korte sessies moeten plaatsvinden. Belangrijk is daarbij dat het leesmateriaal aansluit op de interesses en het niveau van de zwakkere lezers (de tutee). De tutoren (leerlingen uit hogere groepen of leerlingen met een betere leesvaardigheid) moeten vooraf worden getraind. En hoewel een goede relatie tussen de tutor en tutee essentieel is, dient de samenstelling van tutor-tutee koppels minimaal maandelijks te wisselen.
Vrij lezen heeft een positief effect op de taalvaardigheid van studenten. Of er ook (positieve) effecten zijn van vrij lezen op het leerklimaat, daarover is in de wetenschappelijke literatuur niets gevonden. Omgekeerd is wel gebleken dat interventies gericht op lezen het effectiefst zijn in een positief leerklimaat. Verder zijn andere effecten van vrij lezen gevonden, onder andere dat lezen een goede manier is om leerlingen of studenten te laten nadenken over beroepsethiek. En lezen van literaire fictie kan het empathisch vermogen en begrip van andermans leefwereld verhogen.
RALFI is een leesmethodiek voor leerlingen die spellend kunnen lezen, maar langdurig te traag blijven lezen. Om het vloeiend lezen te verbeteren, lezen leerlingen, met ondersteuning, herhaaldelijk een korte motiverende tekst op hoog niveau. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van RALFI. Maar uit een enkele studie kan voorzichtig worden geconcludeerd dat RALFI de leesvaardigheid van zeer zwakke lezers helpt vergroten. De belangrijkste kenmerken van de aanpak zijn effectief.