Droedelen heeft bij (jong)volwassenen een positief effect op het luisterbegrip en op het onthouden en het monitoren van informatie. Het is niet bekend wat het effect van droedelen is op de luistervaardigheid van basisschoolleerlingen. De verwachting is dat droedelen tijdens het voorlezen bij leerlingen in groep 5 eerder een positief dan een negatief effect zal hebben.
Meer dan tachtig procent van de leraren gebruikt een formele methode voor het leesonderwijs. Er lijken weinig verschillen te zitten tussen de leeropbrengsten van de verschillende methodes voor leesvaardigheid. Onderzoek naar wat een leesmethode nou juist zo effectief maakt, is er nauwelijks. Belangrijk voor goede leesresultaten is in ieder geval dat leraren zelf nadenken over de doelen van het leesonderwijs en dat zij een leesmethode doelgericht inzetten.
Reciprocal teaching heeft een positief effect op het leesbegrip van verschillende groepen volwassen leerders. In deze methode geeft de docent eerst klassikale instructie in het toepassen van leesstrategieën door ze voor te doen via hardop denken. Daarna oefenen studenten met het toepassen van leesstrategieën, ook door onder andere hardop denken. Ten slotte passen studenten in kleine groepen de leesstrategieën toe en doen ze die aan elkaar voor. De docent heeft dan vooral een coachende rol.
Bij het begrijpend leesonderwijs aan zwakbegaafde leerlingen moeten leerkrachten zorgen voor een breed aanbod en voldoende leestijd. Ze geven systematische en expliciete instructie. De leerlingen krijgen veel gelegenheid om (begrijpend) lezen te oefenen. Effectieve instructieprincipes zijn feedback geven, positief bevestigen en belonen, en cumulatief toetsen. Ook ondersteuningskaarten kunnen deze leerlingen helpen bij het begrijpend lezen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Aandacht voor de interesse van de student en sociale interactie zijn belangrijk om het lezen te bevorderen. Daarnaast zijn routine en rust bevorderlijk, evenals het actief betrekken van studenten bij de invulling van het lezen. Verder is het wenselijk dat er voldoende faciliteiten zijn, zoals begeleiding en toegankelijk leesaanbod. Ook een positieve leescultuur ondersteunt het lezen.
Over het effect van de leesmethode Estafette op de technische leesvaardigheid van leerlingen in de groepen 6 tot en met 8 is niets bekend. Er is geen onderzoek gevonden naar de effectiviteit van de methode. Estafette is geïnspireerd op de uitgangspunten van close reading. Daar is wel onderzoek naar verricht, maar close reading richt zich vooral op begrijpend lezen. Eén element van close reading, herhaald lezen, heeft evenwel een duidelijk positief effect op vlot en vloeiend lezen.
Aandacht voor tekstsoorten en tekststructuren heeft een positief effect op het begrijpen van verschillende teksten door leerlingen in het basisonderwijs. Echter, dit effect treedt pas op bij voldoende tijdsinvestering en als leerkrachten ten minste twee verschillende tekststructuren aanbieden. Bij instructie in verschillende tekststructuren ligt de focus vooral op de organisatie van ideeën in de tekst, het leggen van verbanden tussen die ideeën en het gebruik van signaalwoorden.
Door verhoging van de leesmotivatie zal de leesfrequentie bij leerlingen in het voortgezet onderwijs toenemen en daarmee ook hun leesvaardigheid. Een hogere leesvaardigheid vergroot de kansen op een goede schoolcarrière. Een schoolbreed leesbevorderingsbeleid draagt bij aan leesmotivatie. Belangrijk onderdeel daarvan is het aanbieden van een grote variatie aan boeken – fictie en non-fictie – rekening houdend met de behoeften en belangstelling van alle leerlingen. Verder helpt het als de vakleraren de leerlingen begeleiden in het lezen.
Een leerling is volgens Vervaet en sommige andere onderzoekers leesrijp als hij woorden van 3 of 4 letters kan lezen en bij het schrijven niet spiegelt en/of verwisselt. Volgens de onderliggende theorie dienen leerlingen die nog niet leesrijp zijn nog geen lettertekens aangeboden te krijgen. De verklaringen hiervoor hebben hun grondslag in de ontwikkelingspsychologie. Er zijn geen experimentele studies die dit onderbouwen. Er is wel empirische onderbouwing voor het belang van een uitdagende geletterde omgeving in groep 1 en 2 en het gericht bevorderen van fonemisch bewustzijn en klank-tekenkoppelingen in de kleutergroepen.
Om een samenhangend beeld te vormen van een tekst leggen leerlingen verbanden binnen de tekst, en tussen de tekst en hun achtergrondkennis. Leerkrachten kunnen leerlingen hierin stimuleren door het stellen van inhoudsgerichte vragen tijdens of na het lezen. Uit onderzoek is niet duidelijk of leerlingen de tekst wel of niet eerst in zijn geheel moeten lezen. Wel is het effectief om leerlingen samen, in de vorm van rolwisselend lezen, de teksten en bijbehorende vragen te laten behandelen.