Gestreste leerlingen die in instellingen wonen, hebben behoefte aan veiligheid en ‘normaliteit’. Naar school gaan en een bij school betrokken leefomgeving hoort daarbij. Ook zorgverleners zouden, net als ouders idealiter, zich betrokken moeten tonen bij het leren en school. Leren kunnen kinderen in deze bijzondere omstandigheden dus wel, maar misschien niet meteen op dezelfde manier als anderen. Gestreste leerlingen kunnen soms niet meteen rustig en geconcentreerd werken, maar er zijn meer manieren om te leren. Een veilige omgeving bieden betekent dus niet dat het leren moet worden uitgesteld.
Geactualiseerd: 27 november 2023
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben een vertraagde taal- en spraakontwikkeling. Ze kunnen ook moeite hebben met (voorbereidend) rekenen, vooral met rekentaken die een beroep doen op verbale verwerking. Het is daarom belangrijk dat leerkrachten en begeleiders gericht de ontwikkeling van rekentaal ondersteunen. Daarnaast is het beter als kinderen met een TOS een beperkt aantal taken en/of strategieën krijgen aangeboden. En bij voorkeur worden ouders betrokken bij het stimuleren van de taal- en rekenvaardigheid.
Vrij lezen heeft een positief effect op de taalvaardigheid van studenten. Of er ook (positieve) effecten zijn van vrij lezen op het leerklimaat, daarover is in de wetenschappelijke literatuur niets gevonden. Omgekeerd is wel gebleken dat interventies gericht op lezen het effectiefst zijn in een positief leerklimaat. Verder zijn andere effecten van vrij lezen gevonden, onder andere dat lezen een goede manier is om leerlingen of studenten te laten nadenken over beroepsethiek. En lezen van literaire fictie kan het empathisch vermogen en begrip van andermans leefwereld verhogen.
Het idee is dat leerlingen met een eigen agenda of huiswerkplanner de kwaliteit en kwantiteit van het gemaakte huiswerk verbeteren. Zo zouden zij planningsvaardigheden en andere executieve functies (‘leren leren’) kunnen ontwikkelen. Dit is echter wel afhankelijk van een aantal factoren. De aard van de agenda/huiswerkplanner speelt een rol, net als de vaardigheden in zelfstandig leren van de leerling. Ook het doel waarmee en wijze waarop de agenda/huiswerkplanner wordt ingezet, zijn van invloed.
RALFI is een leesmethodiek voor leerlingen die spellend kunnen lezen, maar langdurig te traag blijven lezen. Om het vloeiend lezen te verbeteren, lezen leerlingen, met ondersteuning, herhaaldelijk een korte motiverende tekst op hoog niveau. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van RALFI. Maar uit een enkele studie kan voorzichtig worden geconcludeerd dat RALFI de leesvaardigheid van zeer zwakke lezers helpt vergroten. De belangrijkste kenmerken van de aanpak zijn effectief.
Het doel van begrijpend leesonderwijs is dat leerlingen leren hoe ze teksten kunnen verwerken en begrijpen. Leesonderwijs dat aandacht besteedt aan de tekst én aan leesstrategieën lijkt het meest succesvol. Ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn: gebruik van grafische of tekstschema’s, stellen en beantwoorden van tekstvragen, aandacht voor tekststructuur en samenvatten van de tekst. Een lesmodel waarin strategie-instructie geleidelijk overgaat van docentregulering naar leerlingregulering is hierbij bewezen effectief.
Er bestaat een sterke indicatie dat het werken met authentieke taaltaken in een beroepsgerichte context leidt tot grotere leeropbrengsten dan traditioneel, apart geprogrammeerd onderwijs. Theoretisch gezien hebben authentieke leertaken een voordeel wanneer ze holistisch van aard zijn, betekenisvol en leerlingen voldoende ondersteuning krijgen.
Geactualiseerd: 23 september 2023
Formele spellinginstructie zorgt voor betere spellingresultaten dan meer informele instructie. Daarbij is het belangrijk om regelmatigheden in spelling expliciet te maken en één spellingregel tegelijk uit te leggen. Ook moeten leerlingen de toepassing van een spellingregel zolang inoefenen tot ze deze echt beheersen. Leerlingen meer zelfstandigheid geven kan ook positieve resultaten opleveren wanneer zij vooraf expliciete instructie krijgen over wat ze moeten doen. Spellingwerk direct na de opdracht door leerlingen zelf laten nakijken, leidt eveneens tot positieve resultaten.
Succesvolle interventies voor zwakke lezers richten zich op training van klankbewustzijn, training in lettergrepen, training van leessnelheid, woorden en teksten lezen, en oefenen, veel oefenen. Het is belangrijk dat een vertraagde leesontwikkeling snel wordt gesignaleerd en dat er in het leesonderwijs aandacht is voor differentiatie.
Kennis van een moderne vreemde taal kan bij tieners een zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het leren van een nieuwe vreemde taal. Op luister- en leesvaardigheid kan er sprake zijn van een positieve invloed, maar op woord- en zinsniveau kan er sprake zijn van een negatieve invloed bij het leren van een andere moderne vreemde taal. Die invloed hangt onder meer af van overeenkomst tussen de talen, de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal en de mate van gebruik van de eerste vreemde taal. Bij een schriftelijke vertaaltaak schakelen leerlingen niet-relevante talen uit.