Basisscholen hebben behoefte aan adequate toetsen voor NT2-leerlingen. In hoeverre leerkrachten accuraat en objectief de Nederlandse taalvaardigheid van NT2-leerlingen kunnen meten met gestandaardiseerde toetsen, is onzeker. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Bij authentieke taaltoetsen verschillen de beoordelingen van leerkrachten over taalvaardigheden, net als de criteria die zij belangrijk achten voor hun beoordeling. Het is dus onduidelijk met welke toetsvormen leerkrachten de taalvaardigheid van NT2-leerlingen accuraat en objectief kunnen meten.
Internationaal onderzoek laat zien dat montessorileerlingen beter rekenen dan leerlingen op andere typen basisscholen. Waarom deze leerlingen beter rekenen is echter nog niet duidelijk. Verklaringen kunnen liggen in de manier waarop scholen invulling geven aan het montessoriconcept, kenmerken van montessorileraren en -materialen en de achtergrond van leerlingen.
De directe invloed van NT2-docenten om de kans op werk van vluchtelingen te vergroten, is beperkt. Hun belangrijkste bijdrage zit in het versterken van de taalvaardigheid van de inburgeraars en ze mogelijkheden aanreiken om het geleerde toe te passen in de werkpraktijk. Verder kunnen de docenten iets doen aan de gezondheid van inburgeraars, door gezondheidsproblemen bij hen te signaleren en door in de lessen aandacht te besteden aan gezondheidsvaardigheden.
Geactualiseerd: 21 juni 2024.
Bewegen tijdens cognitieve leeractiviteiten zoals rekenen en spellen heeft geen negatieve effecten op leren. Onder bepaalde voorwaarden kan het zelfs een positief effect hebben. Dat is vooral zo wanneer de beweging en de cognitieve activiteit inhoudelijk bij elkaar passen, bijvoorbeeld wanneer leerlingen in een cirkel staan en de leerkracht uitlegt wat een cirkel is.
Geactualiseerd:16 januari 2025
Leerlingen in het voortgezet onderwijs lijken baat te hebben bij kortdurende interventieprogramma’s waarbij ze intensief oefenen met leesstrategieën of hun woordenschat uitbreiden. Dat geldt vooral voor leerlingen die moeite hebben met begrijpend lezen. Dit soort ‘snelle’ oplossingen helpen echter niet genoeg om een opgelopen achterstand in begrijpend leesniveau volledig in te halen. Zowel leerlingen met als zonder achterstand hierin hebben namelijk vaak moeite om nieuwe kennis en vaardigheden in te zetten in andere contexten. Om deze transfer te bevorderen is het van belang om onderwijs in begrijpend lezen structureel te integreren in de zaakvakken.
Sommige kleuters maken niet uit zichzelf de verbinding tussen rekenen met concrete materialen en rekenen in het platte vlak (op papier). Het is aan de leerkracht om dan effectieve interventies in te zetten. Instructie gericht op die verbindingen is een belangrijke succesfactor, bijvoorbeeld met gebruik van modelling. Aansluiting bij de belevingswereld van kleuters, logische materialen gebruiken en denkstappen verwoorden helpen ook. Verder is regelmatig rekentaal gebruiken zinvol, bijvoorbeeld bij interactief voorlezen van een prentenboek.
Rijke taal en teksten zijn authentiek en bevatten gevarieerde en laagfrequente woorden. Door deze voor te lezen en te bespreken in de klas, kunnen leerlingen hun woordenschat en tekstbegrip versterken. Ook bij wereldoriëntatie zorgt het integreren van rijke teksten voor een betere taalontwikkeling.
Video-instructie is een effectieve manier om basisschoolleerlingen softwarevaardigheden aan te leren. Een goed ontworpen video-instructie is effectiever dan een papieren handleiding. Belangrijke aspecten in het ontwerp zijn signalering en vaste structuren. Oefeningen integreren in een video-instructie lijkt ook goed te werken. Of video-instructie de effectiefste manier is om leerlingen nieuwe software aan te leren, is niet bekend. Daarvoor is er te weinig vergelijkingsonderzoek gedaan met andere didactische aanpakken. Evenmin is bekend of video-instructie bij leerlingen leidt tot zelfstandig kunnen gebruiken van andere software.
Elke dag tien minuten tot een kwartier gericht werken aan rekenautomatisering lijkt een effectieve manier voor basisschoolleerlingen om rekensommen te automatiseren. Dat blijft tot en met groep 8 belangrijk. Aan rekenautomatisering werken is het effectiefst als leerlingen de rekenstrategieën om sommen op te lossen goed begrijpen. Effectieve oefeningen daarvoor hebben met elkaar gemeen dat leerkrachten de oefening voordoen, leerlingen veel sommen aangeboden krijgen en dat ze meteen zien of hun antwoord klopt. Ook is er een goede mix tussen sommen die leerlingen al kennen en sommen die zij nog moeilijk vinden.
Datamuren waarop leerlingprestaties worden weergegeven, bieden inzicht op schoolniveau; over eventuele problemen kan de schoolleiding dan met leraren in gesprek. Het effect van datamuren op leerlingen en hun leerprestaties is niet bekend. Voordelen van datamuren doen zich volgens leraren vooral voor op strategisch schoolniveau. Over het gebruik van datamuren in de klas bestaan vooral zorgen rondom privacy en de (sociale) gevolgen van onderlinge prestatievergelijking.