Geactualiseerd: oktober 2024
Er is geen Nederlands onderzoek beschikbaar dat inzicht geeft in de effecten van afstromen op de leerprestaties en motivatie van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Vlaams onderzoek laat zien dat de prestaties van leerlingen dalen na afstroom en dat leerlingen tegelijkertijd een positiever beeld krijgen over hun eigen kunnen. Aangezien het basisschooladvies in Vlaanderen niet dwingend is, zoals in Nederland, is onduidelijk of deze effecten zich ook in Nederland voordoen.
Schoolleiders kunnen curriculumontwikkeling bevorderen door doelbewust interventies in te zetten. Curriculumontwikkeling is een complex proces dat je kunt zien als een organisatieverandering en als een ontwerpproces. Op beide onderdelen kunnen schoolleiders zorgen voor duurzame ontwikkeling en verankering in de organisatie. Succesfactoren zijn onder andere het stimuleren van een positieve houding ten aanzien van curriculumverandering binnen de school en het vormgeven van een gezamenlijk en geleidelijk proces. De verandering inbedden in het professionele ontwikkelingsprogramma voor alle betrokkenen draagt ook bij aan succes.
Regelmatig schoolverzuim verhoogt het risico op voortijdig schoolverlaten. Verzuim en uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben vooral schoolgerelateerde oorzaken, zoals het schoolklimaat en de kwaliteit van het onderwijs en de begeleidingsstructuur. Ook gezondheidsproblemen bij leerlingen leiden vaak tot verzuim of uitval. Scholen kunnen leerlingen aan zich binden door te investeren in een positief leerklimaat en een goede zorgstructuur. Van belang is om daar het netwerk van de leerling bij te betrekken.
Leerlingen die staan voor hun profielkeuze hebben baat bij een breed palet aan informatie en persoonlijke begeleiding. Gesprekken met een decaan, mentor of studieloopbaancoach kunnen leerlingen helpen inzicht te krijgen in hun keuzemotieven, en in hun interesses en capaciteiten. Informatie over vervolgopleidingen, beroepen en de arbeidsmarkt moet concreet en realistisch zijn.
Excellentieprogramma’s zouden in het algemeen aandacht moeten schenken aan innovatief handelen, goed kunnen communiceren en persoonlijke leiderschapscompetenties. Verder zouden studenten moeten leren te kijken met een brede blik, empathisch te zijn, zelfreflectie te hebben en kritisch te kunnen denken. Daarnaast zijn er per beroepsgroep beroepsspecifieke karakteristieken die het werkveld als passend bij een excellente professional beschouwt.
De beslissing om met een studie te stoppen, is de uitkomst van een afwegingsproces waarin meerdere factoren een rol spelen. Op persoonlijk vlak is vooral studiemotivatie bepalend voor het afronden van een opleiding. Daarnaast zijn steun in de sociale omgeving en een goede aansluiting van de opleiding bij het niveau van de student belangrijke factoren. Opleidingen kunnen het studierendement verhogen met studiebegeleiding en een onderwijskundige vormgeving die past bij het leven van werkende studenten. Verder helpen goede docenten en investeren in de betrokkenheid van studenten bij de opleiding uitval te voorkomen.
Begeleid Leren en M@zl (medische advisering ziekgemelde leerlingen) op het voortgezet onderwijs en mbo zijn effectieve interventies om verzuim en voortijdig schoolverlaten terug te dringen. Deze aanpakken lijken ook voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs kansrijk te zijn.
Pilots van associate degree-opleidingen lijken er op te wijzen dat de samenwerking tussen mbo- en hbo-docenten hen meer zicht geeft op elkaars opleidingen. Dat zou hen bewegen tot aanpassingen in het programma en de aanpak van de opleidingen, om zo een goede pedagogisch-didactische leeromgeving te bieden. De kenmerken van de opleidingen lijken belangrijker voor het studiesucces van studenten dan de locatie van de opleiding.
Geactualiseerd: oktober 2024
De duur en de intensiteit van het VVE-aanbod hebben invloed op de ontwikkeling van jonge kinderen. Zowel een langere looptijd in maanden als een structureel hoger aantal uur per dag gaan samen met een betere cognitieve ontwikkeling van kinderen. Echter, de grootste effecten worden behaald met de kwaliteit van de uitvoering, interacties en het curriculum van spel en activiteiten. Er zijn geen studies beschikbaar die gelijkblijvende intensiteit van VVE direct vergelijken met toenemende intensiteit (in contacturen per week).
Jongens hebben meer dan meisjes te maken met schooluitval en studievertraging. Zeker in de bovenbouw van het havo vallen veel jongens uit. Over maatregelen die specifiek jongens kunnen helpen zich meer in te spannen, is weinig bekend. Er zijn indicaties dat regelmatig en vertrouwelijk contact met een mentor jongeren kan motiveren voor school. Dat zou een licht positief effect kunnen hebben op de studieresultaten.