Begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje ondersteunen docenten om hun pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen en te versterken. Daarnaast dragen bepaalde interviewmethodes en vragenlijsten bij aan het reflecteren op de relatie tussen docent en leerling. Met behulp van deze tools kunnen docenten hun gedragsrepertoire vergroten.
Kennis van een moderne vreemde taal kan bij tieners een zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het leren van een nieuwe vreemde taal. Op luister- en leesvaardigheid kan er sprake zijn van een positieve invloed, maar op woord- en zinsniveau kan er sprake zijn van een negatieve invloed bij het leren van een andere moderne vreemde taal. Die invloed hangt onder meer af van overeenkomst tussen de talen, de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal en de mate van gebruik van de eerste vreemde taal. Bij een schriftelijke vertaaltaak schakelen leerlingen niet-relevante talen uit.
Bij zinsontleding gaat het om herkennen en benoemen van elementen uit een zin: onderwerp, lijdend voorwerp, persoonsvorm, aanwijzend voornaamwoord, e.d. Veel scholen voor voortgezet onderwijs voelen zich genoodzaakt om hun leerlingen in de onderbouw uitvoerig zinsontleding en spelling aan te bieden, omdat hogescholen dat vaak bij taaltoetsen vragen. Onderzoek laat echter nauwelijks effecten zien van traditionele zinsontleding op vaardigheden als begrijpend lezen, spelling of schrijven.
Peuters, kleuters en basisschoolkinderen kunnen zelfstandig met een robot werken aan herhalende taken als woorden leren, de tafels oefenen of een puzzel oplossen. Leerlingen leren van een robot die voorleest, vertelt, overhoort, uitlegt en met ze oefent. Of robots die het kind aankijken, gebaren maken of complimenten geven een meerwaarde hebben voor het leren is niet duidelijk. Robots die het leeraanbod afstemmen op het niveau van de leerling halen betere resultaten bij de leerling dan robots die dat niet doen.
Een disharmonisch intelligentieprofiel bij leerlingen – waarbij verbaal IQ en performaal IQ sterk uiteen lopen - is geen voorspeller of indicator voor probleemgedrag, psychosociale problemen of neurologische problemen. Zo’n profiel voorspelt evenmin leerproblemen of taalachterstanden. Daarvoor is het verbale IQ een betere voorspeller. Of het aantal vmbo-leerlingen met een disharmonisch intelligentieprofiel groeit of afneemt is niet bekend. Wel is duidelijk dat vmbo’ers veel minder lezen dan havo/vwo’ers. Het niveau van tekstbegrip van schoolboeken ligt in het vmbo lager dan in havo/vwo.
Een intensieve toetsweek in het vmbo, waarbij leerlingen meerdere toetsen op een dag moeten maken, draagt niet zonder meer bij aan betere examenresultaten. Onderzoek naar het effect van de intensieve toetsweek in het vmbo is niet voorhanden, maar in andere sectoren is gezien dat leerlingen laat beginnen met voorbereiden, waardoor ze vlak voor de toetsweek keuzes maken welke examenstof ze gaan leren. Het herhaald, cumulatief toetsen van de examenstof (waar een toetsweek onderdeel van zou kunnen zijn) kan wel helpen voor leerlingen om zich beter voor te bereiden op het examen. Door het herhaald toetsen slaan de leerlingen de stof beter op in hun geheugen.
Samenwerkend leren kan succesvol zijn. Voorwaarden zijn wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid en stimulerende interactie. Werken in groepen heeft positieve effecten op leerresultaten en motivatie, mits de niveauverschillen niet te groot zijn. Sterk heterogene groepen bieden wel voordelen voor de zwakkere leerlingen, maar zijn niet motiverend voor de sterkere leerlingen. Bovendien kost coördinatie en afstemming in dergelijke groepen veel tijd. Samenwerking door leerlingen van verschillende jaarlagen is daarom niet zonder meer aan te bevelen. Als ervoor gekozen wordt, is een duidelijke rolverdeling tussen groepsleden raadzaam.
Schriftelijke toetsen en/of schriftelijke toetsitems doen een beroep op de leesvaardigheid van de leerling. Het begrijpen van toetsitems hangt onder andere samen met de woordenschat en de mate waarin het werkgeheugen door de opgave(n) wordt belast. Een aantal factoren kan het tekstbegrip van zwakkere lezers in het vmbo bevorderen. Aandacht voor de context, taalgebruik, tekstverbanden en woordenschat kan het tekstbegrip bij toetsitems en daarmee mogelijk de leerprestaties voor vmbo-leerlingen verhogen. Het idee is dat een beter tekstbegrip tot accuratere antwoorden zal leiden.
Geactualiseerd: september 2021
Er bestaan meerdere varianten van gepersonaliseerd leren. De sturing van het leren kan volledig bij de leerlingen worden gelegd, waarbij zij zelf het leerproces ter hand nemen. Maar de sturing kan ook deels of volledig door de docent worden uitgevoerd. Of leerlingen de zelfsturing aankunnen, hangt onder meer af van hun kennis, ervaring en leeftijd. Bij veel tieners is volledig zelfstandig leergedrag (nog) niet ten volle waar te maken. De hersenfuncties die voor dit leergedrag nodig zijn, zijn nog in ontwikkeling. Zelfregulatie kan wel worden bevorderd door directe instructie, door gepaste feedback, door leerlingen te inspireren en uit te dagen, en door de sturing langzaamaan aan hen over te dragen. Een motiverende rol van de docent is daarbij een noodzakelijke voorwaarde.
Nt2-leerlingen in de vo-leeftijd bereiken doorgaans een minder hoog onderwijsniveau dan andere leerlingen. In Nederland is het de bedoeling dat nieuwkomers zo snel mogelijk in het regulier onderwijs instromen en dat blijkt niet optimaal. Wat wel positief bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwkomers zijn onder andere een goede intake, en veiligheid en steun bieden tijdens de onderwijsloopbaan. Meertaligheid stimuleren en inzetten, is voor het leren beter. Dat geldt ook voor het aanbieden van de nieuwe taal in een vakcontext of anderszins zinvolle inhoud. Ook helpt het nieuwkomers in heterogene groepen te laten werken, mits goed gefaciliteerd door de docent. En ga ervan uit dat ouders positief betrokken zijn, ook al is dat niet meteen duidelijk.