Dit is de tekst: Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
In heel Nederland krijgen vo-scholen te maken met nieuwkomers: leerlingen tussen de 12 en 18 jaar die minder dan 2 jaar in Nederland zijn en nog geen Nederlands spreken. In de beginfase is er aandacht en ondersteuning voor nieuwkomers. Maar vervolgens moeten zij zich zo snel mogelijk voegen binnen het bestaande systeem. Dat betekent dat het niveau van de leerling zo snel mogelijk moet worden vastgesteld zodat deze kan instromen in een bijpassend regulier onderwijstype. Deze snelle keuze voor een schooltype ondermijnt de voortgang van nieuwkomers in de middelbare school leeftijd.
Potentie bereikt?
In Nederland komen nieuwkomers die te oud zijn voor de basisschool veelal terecht in een Internationale Schakelklas (ISK). Dit kan een aparte school zijn, maar ook een afdeling van een vo-school of roc (vaak voor de 16+ leerlingen). Soms stromen nieuwkomers direct in op een reguliere school. De meeste ISK’s zijn ondergebracht bij een vmbo.
Van de leerlingen die naar het vo uitstromen, stroomt naar schatting 70 procent naar het praktijkonderwijs of vmbo-basis of -kader door. En van de jongeren die naar het mbo gaan, zou 80 procent naar de entreeopleiding gaan. Deze geschatte uitstroomgegevens wijken behoorlijk af van de uitstroomniveaus van reguliere leerlingen. Gezien de variëteit aan nieuwkomers is het onwaarschijnlijk dat zij daadwerkelijk grotendeels thuishoren in de laagste onderwijstypen. Er wordt weinig evaluatieonderzoek gedaan naar het onderwijs aan nieuwkomers en de groep wordt niet gemonitord.
Aanbevelingen
Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de beste manier om nieuwkomers zich naar hun vermogen te laten ontwikkelen. Uit kleinschalig onderzoek is wel een aantal aanbevelingen te destilleren voor onderwijs aan nieuwkomers in het vo.
- Houd een uitgebreide intake en deel de relevante kennis met alle docenten (bijvoorbeeld geformuleerd als ondersteuningsbehoefte). Als een leerling uit een ISK doorstroomt, is een warme overdracht de start van de intake van de vo-school.
- Zorg voor een vaste contactpersoon of begeleider voor elke individuele nieuwkomer en zorg voor een goed pedagogisch klimaat. Bevorder contact met Nederlandse leerlingen en voorkom uitsluiting. Alleen zeggen dat een school diversiteit omarmt, betekent niet dat er een gastvrij klimaat is. Focus niet enkel op schoolresultaten, het gaat ook om het welbevinden.
- Wees niet bang voor meertaligheid. Geef nieuwkomers de vrijheid soms iets in de eigen taal te doen en houd niet geforceerd vast aan het Nederlands. Een docent kan best af en toe in het Engels iets toelichten als dat helpt om wiskunde beter te begrijpen.
- Bied rijke taal aan in een betekenisvolle context, bijvoorbeeld in de context van vakinhoud.
- Bied langdurige taalondersteuning (er is 4 – 7 jaar nodig).
- Ouderbetrokkenheid: ga uit van een positieve grondhouding bij ouders, ook al uit die zich niet op de voor jou bekende manier.
- Geduld: beslis niet te snel dat een nieuwkomer op het verkeerde schooltype zit en accepteer dat de loopbaan afwijkend kan verlopen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Jan Maarse (Sardes) geconsulteerd.