Er is geen duidelijk verband gevonden tussen kwaliteitszorg, de sturing binnen scholen, de bestuursvorm en de kwaliteit van het onderwijs. De meeste literatuur is beschrijvend of voorschrijvend van aard, met hooguit veronderstellingen over samenhang tussen kwaliteitszorg en onderwijskwaliteit. Evenmin is bekend welk besturingsprincipe het effectiefst is. In de praktijk is het mogelijk een hoge onderwijskwaliteit te handhaven zonder een landelijke overheidsinspectie. Hierbij kunnen ook andere factoren een rol spelen, zoals het academische niveau van het onderwijspersoneel.
Resultaten in het basisonderwijs van leerlingvolgsysteemtoetsen en de eindtoets, voorspellen wel redelijk goed de onderwijspositie in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs. Maar over de voorspellende waarde van leerlingresultaten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is weinig bekend. Onderzoek daarnaar is niet eenvoudig uit te voeren. De leerlingresultaten worden namelijk niet gemeten met een landelijk genormeerd instrument, maar leraren bepalen de rapportcijfers.
Van deelname aan de vakwedstrijden wordt verondersteld dat deze tot meer motivatie en enthousiasme van de deelnemende studenten leiden. Bovendien zouden ze bijdragen aan groei in vakmanschap, trots en zelfvertrouwen. Relevant onderzoek naar de effecten van die vakwedstrijden om dit te kunnen bevestigen, ontbreekt echter. Ook is niet duidelijk wat de bijdrage van de vakwedstrijden is aan de kwaliteitsontwikkeling van het beroepsonderwijs.
Geactualiseerd: 5 januari 2024
Een Internationale Schakelklastraject van één à twee jaar is vermoedelijk te kort voor de meeste nieuwkomers om in het reguliere onderwijs te kunnen instromen op een vergelijkbaar gemiddeld niveau als de reguliere leerlingen. De kans is klein dat ze hun achterstand in het reguliere onderwijs alsnog inlopen zonder aanvullende interventies. Daarbij is er binnen deze groep grote variatie in de achterstand die zij na één à twee jaar ISK-onderwijs nog hebben.
Bij leerwegondersteunend onderwijs wordt veelal gekozen voor klassenverkleining. Uit internationaal onderzoek weten we dat klassenverkleining effect heeft op leerlingprestaties, maar dat die effecten niet groot zijn. Klassenverkleining in combinatie met meer individuele aandacht van de leraar, leidt wel tot betere leerresultaten.
Geactualiseerd: oktober 2024
Er zijn geen studies bekend naar specifieke competenties van ISK-mentoren. Wel is er onderzoek gedaan naar de benodigde competenties van NT2-docenten en pedagogisch medewerkers. Zij moeten beschikken over specialistische kennis van tweedetaalverwerving en bereid zijn om zich te verdiepen in andere landen en culturen. Verder moeten ze in staat zijn om mogelijke trauma’s bij leerlingen te signaleren. Hoewel er de laatste jaren is geïnvesteerd in onderwijs aan nieuwkomers, is het aanbod van methoden, toetsen, intake-instrumenten en leerlijnen beperkt en verouderd.
Buiten leren zou positieve effecten hebben op de motivatie en het leren. Maar naar het effect van formeel leren (theorielessen) in buitenlokalen is geen recent wetenschappelijk onderzoek gedaan. Uit onderzoek naar klaslokalen weten we wel dat zuurstof, daglicht en een niet te hoge of lage temperatuur belangrijke omgevingsfactoren zijn die een impact hebben op de cognitieve prestaties.
Virtuele omgevingen die speciaal zijn ingericht om communicatie en sociale interactie in te oefenen, lijken te kunnen bijdragen aan het trainen van communicatievaardigheden. Virtual reality wordt dan ingezet als oefenomgeving. Er is onvoldoende bewijs dat gebruik van virtual reality als hulpmiddel in het onderwijs de communicatievaardigheden van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs stimuleert.
Het idee is dat leerlingen met een eigen agenda of huiswerkplanner de kwaliteit en kwantiteit van het gemaakte huiswerk verbeteren. Zo zouden zij planningsvaardigheden en andere executieve functies (‘leren leren’) kunnen ontwikkelen. Dit is echter wel afhankelijk van een aantal factoren. De aard van de agenda/huiswerkplanner speelt een rol, net als de vaardigheden in zelfstandig leren van de leerling. Ook het doel waarmee en wijze waarop de agenda/huiswerkplanner wordt ingezet, zijn van invloed.
De cognitieve capaciteiten van leerlingen voorspellen schoolsucces het beste. Daarnaast zijn leerlingkenmerken als metacognitieve vaardigheden, ontwikkelingsfase en leeftijd van invloed op hun schoolloopbaan. Wat ouders hun kinderen meegeven en wat ze doen ter ondersteuning speelt ook een rol bij schoolsucces. Er is echter nog veel onbekend over de precieze invloed van elk van deze factoren. Omdat de factoren samenhangen met elkaar en met cognitie is de invloed van iedere factor op zichzelf moeilijk te bepalen.