RALFI is een leesmethodiek voor leerlingen die spellend kunnen lezen, maar langdurig te traag blijven lezen. Om het vloeiend lezen te verbeteren, lezen leerlingen, met ondersteuning, herhaaldelijk een korte motiverende tekst op hoog niveau. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van RALFI. Maar uit een enkele studie kan voorzichtig worden geconcludeerd dat RALFI de leesvaardigheid van zeer zwakke lezers helpt vergroten. De belangrijkste kenmerken van de aanpak zijn effectief.
Het doel van begrijpend leesonderwijs is dat leerlingen leren hoe ze teksten kunnen verwerken en begrijpen. Leesonderwijs dat aandacht besteedt aan de tekst én aan leesstrategieën lijkt het meest succesvol. Ingrediënten voor effectief leesonderwijs zijn: gebruik van grafische of tekstschema’s, stellen en beantwoorden van tekstvragen, aandacht voor tekststructuur en samenvatten van de tekst. Een lesmodel waarin strategie-instructie geleidelijk overgaat van docentregulering naar leerlingregulering is hierbij bewezen effectief.
Geactualiseerd: 23 september 2023
Formele spellinginstructie zorgt voor betere spellingresultaten dan meer informele instructie. Daarbij is het belangrijk om regelmatigheden in spelling expliciet te maken en één spellingregel tegelijk uit te leggen. Ook moeten leerlingen de toepassing van een spellingregel zolang inoefenen tot ze deze echt beheersen. Leerlingen meer zelfstandigheid geven kan ook positieve resultaten opleveren wanneer zij vooraf expliciete instructie krijgen over wat ze moeten doen. Spellingwerk direct na de opdracht door leerlingen zelf laten nakijken, leidt eveneens tot positieve resultaten.
Succesvolle interventies voor zwakke lezers richten zich op training van klankbewustzijn, training in lettergrepen, training van leessnelheid, woorden en teksten lezen, en oefenen, veel oefenen. Het is belangrijk dat een vertraagde leesontwikkeling snel wordt gesignaleerd en dat er in het leesonderwijs aandacht is voor differentiatie.
Als basisschoolleerlingen complimenten krijgen van de leerkracht, heeft dit een positief effect op hun zelfvertrouwen en schoolresultaten. Een effectief compliment gaat over de inzet van een leerling, Dat werkt beter dan leerlingen complimenteren met hun intelligentie. Complimenten kunnen ook averechts werken, bijvoorbeeld wanneer er geen veilig pedagogisch klimaat heerst in de klas. Een goed compliment is een vorm van goede feedback.
Om getalenteerde lezers uit te dagen en te stimuleren in hun leesontwikkeling is een op maat gemaakt, uitdagend leesprogramma nodig. Die lezers hebben behoefte aan materialen waarmee ze hun vaardigheden voor leesbegrip kunnen verdiepen en een variëteit aan teksten van verschillende genres leren waarderen. Verder hebben ze baat bij ontwikkeling en aanmoediging voor kritisch lezen en creatief lezen. Het op hun niveau bevorderen van leesmotivatie en –plezier verdient aparte aandacht. De leerkracht speelt in dat alles een belangrijke rol.
Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.
Peuters, kleuters en basisschoolkinderen kunnen zelfstandig met een robot werken aan herhalende taken als woorden leren, de tafels oefenen of een puzzel oplossen. Leerlingen leren van een robot die voorleest, vertelt, overhoort, uitlegt en met ze oefent. Of robots die het kind aankijken, gebaren maken of complimenten geven een meerwaarde hebben voor het leren is niet duidelijk. Robots die het leeraanbod afstemmen op het niveau van de leerling halen betere resultaten bij de leerling dan robots die dat niet doen.
Veel tijd besteden aan lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van leesvaardigheid. Door de leesmotivatie van leerlingen te verhogen, zullen zij frequenter gaan lezen. Daardoor verbetert dus tevens hun leesvaardigheid (technisch lezen en begrijpend lezen). Scholen kunnen het lezen bevorderen door onder andere een grote variatie van boeken voor alle leeftijden aan te bieden. Dit aanbod moet aantrekkelijk zijn en niet alleen fictie (jeugdliteratuur) bevatten maar ook non-fictie (informatieve teksten). Verder is het van belang een leescultuur op school te ontwikkelen, leerlingen te begeleiden bij hun keuzes en tijd in te ruimen om leerlingen die zelf gekozen boeken te laten lezen. Succesvol leesbevorderingsbeleid beperkt zich echter niet tot geïsoleerde activiteiten, maar legt een relatie met het hele basisschoolcurriculum.
Educatieve televisieprogramma’s, zoals Sesamstraat, hebben een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar. Die effecten komen ook op langere termijn tot uiting in de woordenschat, rekenvaardigheden en het leesgedrag van de kinderen. Het effect is afhankelijk van onder meer programmakenmerken (zoals inhoud en complexiteit) en kindkenmerken (bijvoorbeeld kennis en verbale vaardigheden). Actieve betrokkenheid van ouders en begeleiding door leerkrachten versterken de effecten. Zij kunnen de inhoud verbinden met ervaringen en aanwezige kennis bij het kind, en eventueel bijsturen op de onderdelen waar een kind moeite mee heeft.