Een combinatie van groep 3 met een groep 1/2 kan even goed, slecht of neutraal uitpakken als een combinatie met een groep 4/5. Er zijn geen gegevens bekend over welke combinatie bevorderlijk zou zijn voor leerprestaties of sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Zeker bij kleine groepen ligt het voor de hand om te kijken naar de werkhouding en de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen. Dit in plaats van een algemene richtlijn te volgen die hier geen rekening mee houdt.
Het faciliteren van zelfsturing door leraren in de ontwikkeling van een beroepsorganisatie lijkt het veelbelovendst. Dit geldt vooral als die beroepsorganisatie een professionele oriëntatie centraal stelt, zoals bij de ontwikkeling van een professionele standaard. Belangrijk is draagvlak onder de leden te creëren en de tijd te nemen voor een brede bespreking van voorstellen.
Een algoritmische aanpak (zoals ‘t kofschip) om leerlingen werkwoordspelling aan te leren, is effectief maar niet voldoende. Expliciete aandacht voor de principes van de spelling en voor de soms intuïtieve aanpak van leerlingen om tot een juiste schrijfwijze te komen, lijkt noodzakelijk. Bovendien is het zinvol om grammatica- en spellingonderwijs te integreren.
Met de juiste begeleiding kan werken met een weektaak de metacognitieve vaardigheden van leerlingen versterken. Wanneer leerlingen in staat zijn hun leerproces te sturen en de beschikbare tijd zo nuttig mogelijk te besteden, komt dit hun prestaties ten goede. Met een weektaak kunnen leerlingen zelfstandig en systematisch werken, en hun taken zelf plannen, prioriteren, controleren en evalueren. Ondersteuning van de leerkracht is hierbij cruciaal.
Een kleinere klassenomvang beïnvloedt over het algemeen de leerprestaties positief. De grens zou weleens bij twintig leerlingen kunnen liggen. Het is daarbij belangrijk de leerlingen binnen kleinere klassen verder te groeperen naar niveau en differentiatie van instructie. Bij echt kleine subgroepen die bestaan uit drie of vier leerlingen zijn de leeropbrengsten hoger dan bij subgroepen van vijf tot zeven leerlingen.
De gevolgen van het halen van veel hoge of juist veel lage cijfers lopen in het voortgezet en hoger onderwijs flink uiteen. Cijfers motiveren leerlingen en studenten tot leren en het halen van hogere cijfers. Maar het krijgen van cijfers kan ook leiden tot gevoelens van angst. Lage cijfers zorgen logischerwijs voor negatieve gevoelens bij leerlingen, hoge cijfers juist voor positieve gevoelens. Er is weinig bekend over hoe basisschoolleerlingen het krijgen van een cijfer ervaren.
In de kleutertijd gaan kinderen steeds meer samenspelen. Hun spel wordt ingewikkelder en associatiever, en hun invoelingsvermogen groeit. Leerkrachten kunnen spel ondersteunen door initiatief, zelfregulatie en interactie tussen kinderen te stimuleren. Leerkrachten geven ruimte aan fantasie en aan sociaal leren in groepen. Als kleuters niet vanzelfsprekend tot het te verwachten spel komen, zetten leerkrachten vaak een op interactie gerichte didactiek in. Een aanpak van verkennen, verbinden en verrijken kan stimulerend werken voor de spelontwikkeling.
Muziekonderwijs in de breedste zin lijkt bij te dragen aan groepscohesie en aan de ontwikkeling van sociaal gedrag van leerlingen. Over het effect van specifiek instrumentale muzieklessen is weinig bekend, behalve dat ze waarschijnlijk invloed hebben op sociaal gedrag. Verder liggen er mogelijk kansen voor het ontwikkelen van groepscohesie door wekelijkse instrumentale muzieklessen aan te bieden.
Structuur in de kleuterklas zorgt voor een rustigere omgeving en heeft positieve effecten op het vocabulaire van kleuters. Ook komen de kleuters meer in aanraking met taal, wiskunde en muziek. Vrijere lessen geven meer ruimte aan grove motoriek en fantasiespel. Een kiesbord kan lessen sterk structureren, maar over de effectiviteit daarvan is weinig bekend.
De effectiviteit van zelfstandige verwerking van rekeninstructie door leerlingen ligt vooral in de kwaliteit van de daaraan voorafgaande instructie en de begeleide inoefening. Elkaar vragen mogen stellen, lijkt voor leerlingen geen kwaad te kunnen. Het helpt misschien juist om hun aandacht bij de taak te houden.