Leerlingen die gedurende hun basisschoolperiode veel tijd besteden aan het lezen, ontwikkelen zich tot goede lezers. Leerlingen die weinig lezen, blijven daarin achter. Voor het bevorderen van voortgezette technische leesvaardigheid - vlot en vloeiend lezen met begrip – zijn hardop lezen en stillezen effectieve aanpakken. Het delen van leeservaringen met medeleerlingen en begeleiding door de leerkracht zijn bij deze leesactiviteiten voorwaarden voor succes.
Leerkrachten hanteren uiteenlopende definities van pesten. Ook hebben ze verschillende opvattingen. Deze opvattingen bepalen welke pestgedragingen zij waarnemen en – bewust of onbewust – tegengaan of bekrachtigen. Consistent en weloverwogen ingrijpen is vaak effectief om pestgedrag te stoppen, bij voorkeur op groepsniveau. Het effect van interventies verschilt niet tussen jongens en meisjes.
Geactualiseerd: 20 april 2023
Het gebruik van driedimensionale materialen heeft een klein tot matig positief effect op rekenprestaties, vergeleken met het gebruik van abstracte rekenkundige symbolen. Vooral op de basisvaardigheden voor rekenen hebben concrete materialen een positieve invloed.
Het herhaald oefenen van woorden bevordert het leestempo en de accuratesse van de desbetreffende woorden. Zwakke lezers krijgen op die manier sterkere woordrepresentaties. De transfer naar nieuwe woorden is niet vanzelfsprekend. Oefening op woordniveau leidt tot sneller lezen bij een woordleestaak, dan oefening op tekstniveau. Andersom, leerlingen die op tekstniveau oefenen, lezen vervolgens teksten sneller dan leerlingen die losse woorden oefenen. Leesvaardigheid lijkt daarom het meest gebaat bij een combinatie: oefenen op woord- en op tekstniveau.
Onderwijs in informatievaardigheden is goed mogelijk, ook bij leerlingen in het basisonderwijs. Daarbij gaat het om het benoemen van vragen en problemen, en om het zoeken, vinden, kritisch analyseren en verwerken van verschillende bronnen. Een effectieve manier om informatievaardigheden te verwerven is stapsgewijs oefenen. Kijken naar leerkrachten die een systematische aanpak voordoen en toelichten, helpt leerlingen eveneens. Van belang is steeds kritisch te reflecteren op de aanpak en de opbrengsten. Daarbij kan een zogenoemd proceswerkblad ondersteuning bieden.
Geactualiseerd: 30 januari 2023
De fijne motoriek is de belangrijkste component van schrijfprestaties. Oefeningen die taakspecifiek zijn voor het schrijven vormen een goede voorbereiding, zeker in de begeleiding van zwakke schrijvers. Wil een methode effectief de fijne motoriek verbeteren voor schrijfonderwijs, dan moet deze in het teken staan van schrijven of grafische handelingen. Knippen, plakken en prikken zijn geen effectieve voorbereiding op schrijfonderwijs.
Gelijktijdig leren van twee vreemde talen op de basisschool is mogelijk en effectief. Er is daarbij wel een verschil tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden. Instructie voor lezen en schrijven in verschillende talen kan beter na elkaar plaatsvinden, om interferenties te voorkomen. Leren spreken en leren luisteren kan juist goed naast elkaar. Een nieuwe taal leren is makkelijker als deze lijkt op een eerder geleerde vreemde taal.
Het aanbieden van Engelse les in de onderbouw van de basisschool leidt niet per definitie tot een betere Engelse taalvaardigheid in de bovenbouw. Vroege starters presteren soms beter op Engelse toetsen dan late starters, maar de verschillen tussen beide groepen zijn klein. De tijd die leerlingen aan Engels besteden en buitenschools contact met Engels in het algemeen werken positief door op de Engelse taalverwerving. Zo hebben kinderen die tweetalig opgevoed worden, een beduidend betere Engelse taalvaardigheid dan kinderen die alleen op school Engels leren.
Leerprestaties van leerlingen in combinatieklassen wijken nauwelijks af van die van leerlingen uit jaargroep-klassen. Leerlingen uit combinatieklassen hebben vaker een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen. Het combineren van bepaalde jaargroepen is niet slechter of beter voor leerprestaties dan het combineren van andere jaargroepen.
In de jaren tachtig en negentig werden geen verschillen gevonden tussen combinatieklassen en homogene klassen als het gaat om de kwaliteit van instructie en leerprestaties. Wel ervoeren leerkrachten van combinatieklassen hun werk als zwaarder. De Inspectie van het Onderwijs komt echter recent tot de conclusie dat de onderwijskwaliteit in combinatieklassen lager is dan in homogene klassen. Dit geldt voor uitleg, werksfeer en betrokkenheid van leerlingen. De Inspectie constateert ook dat werken in combinatieklassen veel vergt van leerkrachten.