Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Om volwaardig te kunnen functioneren in de huidige samenleving moeten burgers voor het oplossen van vraagstukken beschikken over kennis en in staat zijn informatie te vinden. Daar hebben ze vaardigheden voor nodig zoals zoekvragen kunnen formuleren, vaststellen welke informatie nodig is en de zoekstrategie bepalen met trefwoorden. Andere vaardigheden zijn het beoordelen en selecteren van bronnen en informatie, en het bestuderen en verwerken van de informatie.
Jonge leerlingen op internet
Jonge leerlingen kunnen goed uit de voeten op internet en ze zijn vaardig in het zoeken en vinden van informatie. De stappen die aan het zoeken vooraf gaan en de stappen nadat ze informatie hebben gevonden, leveren echter problemen op. Zo stellen leerlingen vaak vragen waar een enkel goed antwoord op kan worden gegeven of ze komen met een heel brede algemene vraag. Ook komt het voor dat ze de vraag veranderen als ze er geen informatie over kunnen vinden of hem aanpassen aan de wel gevonden informatie.
Het beoordelen van bronnen en informatie loopt evenmin soepel. Leerlingen zijn weinig kritisch en gebruiken oppervlakkige beoordelingscriteria als uiterlijk en lengte van de tekst. Ze kijken veel minder wie de auteur is, welke organisatie achter de site zit en wanneer de informatie is geplaatst. Verder kan de leesvaardigheid een struikelblok zijn. Daar komt bij dat leerlingen vaak te weinig tijd nemen voor het bestuderen en verwerken van de geselecteerde informatie.
Het activeren van voorkennis over de inhoud van de onderzoeksvraag is een belangrijk startpunt voor onderwijs in informatievaardigheden. Vervolgens is aandacht nodig voor het formuleren van bruikbare zoektermen, begrijpend lezen en tekstanalyse. De leerkracht kan de verschillende stappen in de aanpak voordoen en de leerlingen die begeleid laten oefenen. Wat eveneens werkt, is leerlingen laten samenwerken om hun werkwijze en de resultaten uit te wisselen. Werkbladen zijn een krachtig hulpmiddel om het proces te sturen. Ze bevorderen kritische reflectie en stimuleren leerlingen het geleerde daadwerkelijk toe te passen.
Het aanleren van informatievaardigheden kan het beste plaatsvinden in combinatie met vakinhoud. Dan ontwikkelen leerlingen informatievaardigheden en doen ze kennis op over een vakgebied. Het gehele proces vraagt om een systematische aanpak. De eerste stap is het verhelderen van de zoekvraag, gevolgd door het bepalen van de zoekstrategie. Daarna volgen het beoordelen en selecteren van informatie, en aansluitend het bestuderen van de gevonden informatie. De laatste stap is het presenteren van de informatie in bijvoorbeeld een werkstuk.
Het gebruik van een proceswerkblad kan de systematische aanpak ondersteunen. Daarin staan de stappen aangegeven die de leerlingen moeten volgen. Proceswerkbladen kunnen in het begin gedetailleerd zijn; later voldoet een globaler versie met alleen hoofdvragen. Door leerlingen hun voorkennis te laten activeren, bijvoorbeeld in de vorm van een mindmap, krijgen zij overzicht van het probleemveld en van wat ze weten en wat niet. Deze basis ondersteunt het formuleren van de vraag en het zoekproces.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Zie ook:
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe de volgende expert geconsulteerd: Els Kuiper (Universiteit van Amsterdam).