Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Het (middelbaar) beroepsonderwijs kent een lange historie van privaat onderwijs. Met de WEB, de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, is halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw een wettelijk kader ontstaan voor zowel bekostigde als niet-bekostigde onderwijsinstellingen. Beide vormen kunnen licenties verkrijgen voor het aanbieden van opleidingen voor identieke kwalificaties. Bekostigde instellingen zijn roc’s, aoc’s en vakscholen; onder private onderwijsinstellingen, de zogenoemde niet-bekostigde instellingen vallen bijvoorbeeld LOI, Schoevers en NCOI. Die instellingen bieden net als bekostigde instellingen bol- of bbl-trajecten aan op (meestal) niveau 2, 3 en 4 – in de nieuwe terminologie: basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding/specialistenopleiding. Een deel van de bekostigde instellingen heeft contractactiviteiten bij een aparte niet-bekostigde instelling ondergebracht.
Opleidingsaanbod
De kosten voor het aanbieden van een opleiding verschillen onder meer naar regio, grootte van de instelling, variatie in opleidingsaanbod en beroep waarvoor wordt opgeleid. Om misverstanden te voorkomen, kosten voor het volgen van een opleiding vallen hier buiten. Een directe kostenvergelijking tussen bekostigde en niet-bekostigde mbo-opleidingen is niet gemaakt. Met de nodige aannames is wel iets bekend over het verschil in hoogte van kosten. Opleidingen voor dezelfde kwalificaties bij de private opleiders zijn korter (in doorlooptijd en uren onderwijsaanbod), kleinschaliger (meer ruimte voor individuele aandacht) en meer ingericht op een efficiënte bedrijfsvoering.
Aangezien de loonkosten verreweg de grootste kostenpost vormen, is te verwachten dat de kortere duur en de efficiëntere bedrijfsvoering bij de niet-bekostigde instellingen lagere kosten met zich meebrengen. En dat door de kleinschaligheid juist hogere kosten voor het aanbieden van een opleiding uit de bus komen. Dat betekent dat de verhouding tussen duur en efficiënte bedrijfsvoering enerzijds en kleinschaligheid anderzijds uiteindelijk bepaalt of de kosten van een opleiding tot dezelfde kwalificatie hoger uitvalt in het bekostigd of het niet-bekostigd mbo.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).