In het middelbaar beroepsonderwijs zijn opdrachten van bedrijven, instellingen en overheden voorbeelden van authentieke, vakinhoudelijk verdiepende vraagstukken. Bij complexe opdrachten is zowel de precieze vraag als de oplossingsrichting nog niet duidelijk. Als studenten uit verschillende opleidingen met docenten en maatschappelijke partners hieraan onderzoekend en ontwerpend samenwerken, is er sprake van challenges en challenge-based learning.
In deze context past design thinking, een methodiek waarin het gaat om divergeren (de blik verbreden) en convergeren (focussen). Studenten verkennen samen met andere betrokkenen het vraagstuk en de doelgroep, scherpen het vraagstuk aan, en bedenken vervolgens vernieuwende oplossingen die ze vormgeven, testen en presenteren.
Challenges vragen samenwerkend en zelfregulerend vermogen
Challenges doen een groot beroep op samenwerkend en zelfregulerend vermogen van studenten, vermogens waarvan tegelijkertijd verondersteld wordt dat deze onderwijsaanpak daaraan bijdraagt. Docenten die challenges willen gebruiken, moeten zeker weten dat studenten deze vermogens al enigszins bezitten. Het gaat namelijk om verdere ontwikkeling en niet om de basis van samenwerkend en zelfregulerend vermogen.
Challenge-based onderwijs vereist specifieke begeleiding. Docenten moeten studenten de juiste stimulansen en ondersteuning bieden. Het karakter van challenges vraagt ook om aanpassingen in de beoordeling van het werk van studenten.
Beoogde leeropbrengsten van challenge-based learning
De beoogde leeropbrengsten van challenge-based learning hebben betrekking op professionele vaardigheden, leervaardigheden en persoonlijke vaardigheden. Bij professionele vaardigheden gaat het om zaken als projectmanagement, stakeholdermanagement, leiderschap, interculturele communicatie en design thinking. Leervaardigheden omvatten onder meer probleemoplossend vermogen, zelfregulatie en kritisch en zelfstandig denken. Samenwerken, communiceren, presenteren en omgaan met onzekerheid zijn voorbeelden van persoonlijke vaardigheden, evenals zelfkennis en zelfvertrouwen.
Of deze leeropbrengsten daadwerkelijk worden gerealiseerd, en of het anders is dan bij andere onderwijsconcepten, is niet met zekerheid te stellen.
Design thinking lijkt diverse effecten te hebben
Vaardig worden in design thinking is niet alleen een mogelijk effect van challenge-based learning, het is ook een onderwijsaanpak daarbinnen. In het beroepsonderwijs zijn de effecten van specifiek design thinking niet onderzocht. In andere onderwijssectoren is wel onderzoek gedaan. Effectstudies in voor- en vroegschoolse educatie en primair en voortgezet onderwijs laten zien dat leerlingen die design thinking toepassen, daar vaardiger in worden. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ze zich emotioneel, sociaal en vakinhoudelijk ontwikkelen. Verder lijkt deze aanpak creatieve vaardigheden, kritisch denkvermogen en probleemoplossend vermogen te versterken.
Nieuwsgierigheid en interesse basis voor onderzoekend leren
Over onderzoekend leren in het algemeen is meer bekend. Leerlingen en studenten ontwikkelen hun onderzoekend vermogen vooral als ze nieuwsgierig zijn naar een vraagstuk of onderwerp, en interesse hebben om aan oplossingen te werken. Niet zozeer onderzoek doen als zodanig, maar vooral de vakverdieping die ermee mogelijk is, spreekt hen aan. Belangrijk hierbij is dat docenten voorbeeldgedrag laten zien.
Onderzoekend leren is het effectiefst als docenten rekening houden met leerling- en studentkenmerken, zoals voorkennis, lees- en rekenvaardigheid, IQ, zelfbeheersing en zelfbeeld. Voor leerlingen en studenten die hoog scoren op deze kenmerken draagt onderzoekend leren op zichzelf bij aan hun conceptuele kennis. Leerlingen en studenten die laag scoren op genoemde kenmerken hebben juist baat bij directe instructie, in de context van onderzoekend leren.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).