Op steeds meer scholen hebben leerlingen een tablet of laptop ter beschikking als hulpmiddel bij het leren. Maar leerlingen zoeken ook afleiding. Vooral bij vrij gebruik van mobiele apparaten gaan ze naar sociale media en sites voor persoonlijke doelen. Lessen waar de docent de technologie gestructureerd inzet, lijken minder bevattelijk voor afleiding. De leerlingen gebruiken de laptop of tablet tijdens de les dan iets vaker voor leertaken.
Geactualiseerd: 31 augustus 2023
Voor curriculumontwerp zijn verschillende vaardigheden en expertise van de leraar nodig. Van (vak)inhoudelijke bekwaamheid tot pedagogisch-didactische bekwaamheid en van veranderkundige bekwaamheid tot ontwerp- en onderzoeksbekwaamheid. Niet elke leraar hoeft over alle vaardigheden te beschikken. Binnen de initiële lerarenopleidingen worden aankomende leraren zeer uiteenlopend voorbereid op het ontwerpen van onderwijs.
Er is geen duidelijk effect van de tijdsduur tussen de eerste toets en de herkansing op studiesucces. De resultaten van de herkansing zijn in grote mate afhankelijk van de leerstrategie van een leerling. Het is wenselijk om leerlingen te helpen bij het aanleren van een goede leerstrategie en planning. Er zijn verschillende methoden om het vergeten van studiestof tegen te gaan gedurende de tijd tot de herkansing.
De fysieke kenmerken van een gebouw of een ruimte hebben een gering effect op het leren. Het gaat onder meer om licht, lucht, klimaat en geluid. Deze effecten verschillen per situatie. Bij het werken in een grote open ruimte ervaren aanwezigen vaker lawaai en gebrek aan privacy. Werken aan een complexe taak of samenwerken gaat minder goed met veel studenten in een ruimte. Geluid is het storendst als het behalve luid ook onvoorspelbaar is.
Structuur in de kleuterklas zorgt voor een rustigere omgeving en heeft positieve effecten op het vocabulaire van kleuters. Ook komen de kleuters meer in aanraking met taal, wiskunde en muziek. Vrijere lessen geven meer ruimte aan grove motoriek en fantasiespel. Een kiesbord kan lessen sterk structureren, maar over de effectiviteit daarvan is weinig bekend.
Als jongeren kennis over financiële zaken meteen in de praktijk kunnen brengen, kan financieel onderwijs bijdragen aan verstandig omgaan met geld. De invloed van onderwijs op financieel gedrag van studenten is echter minimaal en is niet blijvend. Mogelijk is financieel onderwijs te gericht op kennisoverdracht, hetgeen niet automatisch leidt tot ander gedrag. Bovendien spelen vooral sociaal-psychologische factoren een rol.
Ervaring in een praktijksituatie op school kan bbl-studenten helpen bij het leren van nieuwe theorie, maar is niet noodzakelijk. Om tot kennisverwerving te komen, is het belangrijk dat studenten de nieuwe theorie in verband brengen met ervaringen in de praktijk. Indien studenten op school ervaringen in een praktijksituatie opdoen, is het van belang dat ze die ervaringen verbinden met de nieuwe theorie, en met de ervaringen in het leerbedrijf. Reflecteren bevordert het koppelen van theorie en praktijk, evenals discussies met de docent of met medestudenten.
Als een leidinggevende informeel leren ondersteunt en als collega’s elkaar in een veilige omgeving feedback kunnen geven, helpt dat docenten om te leren. Ook de mogelijkheid om aan interne of externe netwerken deel te nemen, en het belonen van informeel leren werken bevorderend. Portfolio’s, beroepsregistraties en certificaten kunnen helpen om de leeropbrengsten zichtbaar te maken.
De effectiviteit van zelfstandige verwerking van rekeninstructie door leerlingen ligt vooral in de kwaliteit van de daaraan voorafgaande instructie en de begeleide inoefening. Elkaar vragen mogen stellen, lijkt voor leerlingen geen kwaad te kunnen. Het helpt misschien juist om hun aandacht bij de taak te houden.
In kenniswerkplaatsen die effectief bijdragen aan de onderwijspraktijk hebben deelnemers een gemeenschappelijk belang en een eigen instellingsbelang. Ze zijn actief in hun community door onder meer regelmatig bij elkaar te komen, onderling vertrouwen op te bouwen en een gezamenlijke taal te ontwikkelen. Draagvlak en een lerende cultuur binnen de scholen dragen eveneens bij aan professionalisering en schoolontwikkeling. Succesvolle samenwerking vergt een lange adem.