Voorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen basisonderwijs, kinderopvang en jeugdhulp zijn nabijheid en gelijkwaardigheid, kennis van en waardering voor elkaars inbreng, commitment, het vaststellen van gemeenschappelijke doelen, goede informatie-uitwisseling, ondersteunend management en voldoende middelen. Omdat het om recente ontwikkelingen gaat, zijn nog geen gegevens beschikbaar over langetermijneffecten van deze samenwerking op het verloop van (school)loopbanen van leerlingen.
Geactualiseerd: 8 februari 2024
Pesten binnen het onderwijs kan worden teruggedrongen; een aantal antipestprogramma’s is effectief gebleken. Effectieve aanpakken combineren interventies op school-, klassikaal en individueel niveau. Antipestprogramma’s richten zich veelal op meerdere doelen; niet alleen pesten terugdringen, maar welbevinden bevorderen, weerbaarheid, sociaal gedrag aanleren, et cetera. Welk programma voor een bepaalde school de beste keus is, hangt af van de context en de concrete doelen die de school ermee wil bereiken.
Geactualiseerd: 1 mei 2023
Het gebruik van formatieve assessment is bewezen effectief om leren te verbeteren. Daarbij is het belangrijk om leerdoelen te bespreken, de voortgang van het leren te bewaken, feedback te geven, leerlingen eigenaar van hun leerproces te laten zijn en leerlingen te laten samenwerken. Specifiek voor sterke rekenaars is het essentieel dat leerstofaanbod en instructie passen bij de leerbehoefte. Bovendien profiteren zij van rekenprogramma’s waarin hogere orde denkvaardigheden en oplossingsmethoden worden aangesproken.
School-Wide Positive Behavior Support is een interventie die sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen bij leerlingen gericht aanpakt. De inzet ervan kan probleemgedrag verminderen en sociale competenties van leerlingen bevorderen. Of het ook werkt in het mbo is niet bekend, het meeste onderzoek naar dit programma betreft het primair onderwijs. En effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.
Geactualiseerd: 24 juni 2024
Professionele ontwikkeling van de leraar heeft betrekking op de activiteiten die gericht zijn op het versterken van de eigen bijdrage aan het onderwijs en het leren van leerlingen en studenten gedurende de gehele loopbaan van de leraar. Er is geen onderzoek gevonden dat specifiek ingaat op de relatie tussen zelfregie van leraren op dit vlak en de ondersteunende rol van schoolleiders hierbij. Wel blijkt dat een proactieve houding van de leraar en een faciliterende rol van de schoolleider bevorderlijk zijn voor de professionele ontwikkeling.
Tutorlezen is een effectieve aanvulling op de klassikale leesinstructie. Het bevordert vloeiend lezen en heeft een positief effect op onder andere leesmotivatie en zelfvertrouwen. Wil tutorlezen effectief zijn dan zal het meerdere malen per week in korte sessies moeten plaatsvinden. Belangrijk is daarbij dat het leesmateriaal aansluit op de interesses en het niveau van de zwakkere lezers (de tutee). De tutoren (leerlingen uit hogere groepen of leerlingen met een betere leesvaardigheid) moeten vooraf worden getraind. En hoewel een goede relatie tussen de tutor en tutee essentieel is, dient de samenstelling van tutor-tutee koppels minimaal maandelijks te wisselen.
Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.
De ontwikkeling van rekenvaardigheid en inzicht staan bij rekenen centraal. Daarbij is rekenvaardigheid een voorwaarde om inzicht te ontwikkelen. Niet bekend is echter hoe het behalen van beheersingsniveaus in rekenen en rekendidactiek samenhangen. Dus de vraag is niet direct te beantwoorden. Er zijn wel factoren die de rekenontwikkeling kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld gelegenheid creëren om te leren, instructie op maat, uitdagingen bieden en een focus op wiskundig probleemoplossen. Daarbij lijkt didactische ondersteuning, zoals het aanbieden van opgaven met beelden, goed te werken.
Het is niet bekend of luisteren naar muziek invloed heeft op concentratie en motivatie van leerlingen in het primair onderwijs. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van muziek luisteren op cognitieve taken. Achtergrondmuziek blijkt geen, tot een klein negatief effect te hebben op het uitvoeren van cognitieve taken zoals geheugentesten en begrijpend lezen. Er zijn echter ook onderzoeken, bijvoorbeeld onder studenten, die wel positieve effecten vinden.
Resultaten in het basisonderwijs van leerlingvolgsysteemtoetsen en de eindtoets, voorspellen wel redelijk goed de onderwijspositie in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs. Maar over de voorspellende waarde van leerlingresultaten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is weinig bekend. Onderzoek daarnaar is niet eenvoudig uit te voeren. De leerlingresultaten worden namelijk niet gemeten met een landelijk genormeerd instrument, maar leraren bepalen de rapportcijfers.