Leerlingen leren een vreemde taal vloeiender, gevarieerder en creatiever spreken wanneer de nadruk in de onderbouw ligt op interactie en communiceren, zonder expliciete grammatica-instructie en -oefening. Veel gangbare lesmethoden leggen nadruk op grammatica-instructie, terwijl actief en betekenisvol communiceren in de doeltaal effectiever is voor het ontwikkelen van spreekvaardigheid. Grammatica komt daarbij impliciet aan bod. Deze aanpak gaat niet ten koste van de grammaticale vaardigheid van leerlingen. Van docenten vraagt dit een aangepaste manier van lesgeven, zonder houvast van grammatica, die in het begin mogelijk intensiever is.
Docenten kunnen ervoor zorgen dat hun leerlingen zich competenter voelen bij het lezen, luisteren en schrijven van vreemde talen. Dat doen ze vooral door expliciete instructie te geven in zelfregulerende leerstrategieën als planning, monitoring en evaluatie.
Tussen het startmoment van Engels onderwijs en de Engelse taalvaardigheid van leerlingen aan het eind van het basisonderwijs bestaat geen samenhang. Als er al positieve effecten zijn van vroeg beginnen, dan lijken die op de lange termijn te verdwijnen. Meer dan het startmoment speelt het onderwijsaanbod op school en de thuisomgeving een rol in de Engelse taalvaardigheid van leerlingen.
Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.
Gelijktijdig leren van twee vreemde talen op de basisschool is mogelijk en effectief. Er is daarbij wel een verschil tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden. Instructie voor lezen en schrijven in verschillende talen kan beter na elkaar plaatsvinden, om interferenties te voorkomen. Leren spreken en leren luisteren kan juist goed naast elkaar. Een nieuwe taal leren is makkelijker als deze lijkt op een eerder geleerde vreemde taal.
Het aanbieden van Engelse les in de onderbouw van de basisschool leidt niet per definitie tot een betere Engelse taalvaardigheid in de bovenbouw. Vroege starters presteren soms beter op Engelse toetsen dan late starters, maar de verschillen tussen beide groepen zijn klein. De tijd die leerlingen aan Engels besteden en buitenschools contact met Engels in het algemeen werken positief door op de Engelse taalverwerving. Zo hebben kinderen die tweetalig opgevoed worden, een beduidend betere Engelse taalvaardigheid dan kinderen die alleen op school Engels leren.
Kennis van een moderne vreemde taal kan bij tieners een zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het leren van een nieuwe vreemde taal. Op luister- en leesvaardigheid kan er sprake zijn van een positieve invloed, maar op woord- en zinsniveau kan er sprake zijn van een negatieve invloed bij het leren van een andere moderne vreemde taal. Die invloed hangt onder meer af van overeenkomst tussen de talen, de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal en de mate van gebruik van de eerste vreemde taal. Bij een schriftelijke vertaaltaak schakelen leerlingen niet-relevante talen uit.
Voor het aanleren van deelvaardigheden als woordenschat en grammatica lijkt het effectief deze te verwerven met tussenpozen. Holistische taalvaardigheden als spreken en luisteren hebben waarschijnlijk meer kans van slagen bij een intensieve programmering. Het is dan wel noodzakelijk de student goed te ondersteunen.