Geactualiseerd: september 2021
Principes van traumasensitief lesgeven (TSL) zijn veelbelovend voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen. Deze manier van lesgeven lijkt een positieve invloed te hebben op het gevoel van veiligheid en het welbevinden van de kinderen. En dit zijn belangrijke voorwaarden om tot leren te komen, ook het leren van een tweede taal. Systematisch onderzoek naar effecten van TSL op de taalontwikkeling van vluchtelingkinderen in Nederland is echter niet voorhanden.
Geactualiseerd: 16 maart 2023
Stress bij leraren beïnvloedt hun manier van lesgeven, de mate waarin ze sympathie kunnen tonen, de uitoefening van hun rol als leraar en de omgang met leerlingen. Emotioneel uitgeputte leraren zijn minder in staat om de klas effectief te managen en een kalme en gestructureerde leeromgeving te creëren. Als leraren zich minder betrokken voelen, kunnen hun leerlingen zich ook minder verbonden gaan voelen met de school, wat kan leiden tot slechtere leerresultaten.
Geactualiseerd: september 2020
Taalontwikkeling speelt een belangrijke rol in de emotionele ontwikkeling. Hoe taliger kinderen zijn, hoe makkelijker zij hun gevoelens kunnen benoemen en uitleggen. Het is dus essentieel dat kinderen een gevoelswoordenschat opbouwen. Leerlingen die hun ervaren gevoel niet in woorden kunnen omzetten, zullen andere wegen zoeken (slaan, zich terugtrekken) om uitdrukking te geven aan innerlijke onrust. Goede communicatievaardigheden verminderen het risico op emotionele problemen. Over de specifieke invloed van praten over gevoelens op het welbevinden van leerlingen, zijn echter geen onderzoeksresultaten bekend.
Geactualiseerd: 19 augustus 2019
Cyberpesten en andere vormen van digitaal ongewenst gedrag kunnen aangrijpende ervaringen zijn voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. Hoeveel kinderen er precies mee te maken hebben, is niet bekend. Bij cyberpesten lijkt het tussen 15-25% te liggen, maar sommige onderzoeken komen uit op veel hogere of lagere percentages. Digitale vormen van ongewenst seksueel gedrag, waaronder ‘grooming’, lijken vaker voor te komen: 20-66%. Uit onderzoek naar getoetste interventies leiden we af dat voorlichting, bewustwording, afspraken en onderlinge openheid belangrijke onderdelen van een succesvolle aanpak zijn. Daarnaast lijkt inzetten op empathie in verschillende programma’s effectief te werken. Monitoring van digitaal ongewenst gedrag is nog in ontwikkeling en effectonderzoek hiernaar moet nog op gang komen.