Om leerlingen goed te ondersteunen in hun leerproces en om een veilig klas- en schoolklimaat te creƫren, moet een docent in staat zijn tot goed pedagogisch handelen. Om dat handelen te meten en te evalueren, kunnen docenten verschillende instrumenten gebruiken. De belangrijkste zijn zelfrapportages en observaties. Daarmee kunnen docenten inzicht krijgen in onder meer opvattingen over lesgeven en leren, keuzes voor instructie, klassenmanagement, leerlingbetrokkenheid en wijze van communiceren.
Begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje ondersteunen docenten om hun pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen en te versterken. Daarnaast dragen bepaalde interviewmethodes en vragenlijsten bij aan het reflecteren op de relatie tussen docent en leerling. Met behulp van deze tools kunnen docenten hun gedragsrepertoire vergroten.