Leerlingen met een Autisme Spectrum Stoornis hebben vaak problemen bij begrijpend lezen. Wat die leerlingen kan helpen zijn graphic organizers, ondersteuning in verwijswoorden, vragen beantwoorden, groepswerk en directe instructie. Aangezien de populatie leerlingen met een Autisme Spectrum Stoornis zeer divers is, zijn er geen algemeen geldende uitspraken te doen over effectieve instructie en begeleiding.
De meeste leerlingen met dyslexie lezen niet sneller en accurater met een groter beeldscherm. Sterker, sommigen hebben juist baat bij een kleiner beeldscherm. Het verbeteren van het lezen zit vooral in extra ruimte tussen de letters. Bij bijvoorbeeld een e-reader zijn vaak slechts enkele woorden op een regel zichtbaar, net als bij een krantenkolom. Dit leidt leerlingen minder af. Dit voordeel kan mogelijk ook bereikt worden door een beeldscherm in de portretstand te zetten of door kortere regels op het scherm in te stellen.
De vraag of 8-jarige leerlingen die Nederlands als tweede taal leren mondeling betere grammaticale zinnen formuleren als ze meer luisteren/lezen in die taal, is niet eenduidig te beantwoorden. Wat daarbij een rol speelt is de verwantschap tussen talen, de leeftijd waarop leerlingen zijn begonnen met het leren van Nederlands en hoelang ze aan die taal zijn blootgesteld. De (grammaticale) ontwikkeling in de tweede taal gaat vooruit door taalproductie (spreken), tweezijdige interactie en door expliciete grammatica-instructie, waarbij leraren goed moeten afstemmen op de capaciteiten van het kind.
Taalgericht vakonderwijs bevordert de taalvaardigheid van leerlingen. Deze inhoudsgerichte benadering is effectief wanneer de docent taal en inhoud met elkaar verbindt. Verder helpt het hoge verwachtingen te hebben van leerlingprestaties en feedback te geven op het taalgebruik. Daarnaast zijn leerlingen gebaat bij interactie en samenwerking om hun taalvaardigheid te oefenen. Om taalgericht vakonderwijs op school in te voeren, is een overkoepelend en breed gedragen taalbeleid raadzaam. Daarvoor is samenwerking tussen taal- en vakdocenten nodig en professionalisering van vakdocenten.
Geactualiseerd: 28 december 2023
Anderstalige volwassenen leren een tweede taal beter als zij zowel binnen als buiten de les actief zijn met die taal. Om de motivatie voor het leren buiten de les te versterken is het belangrijk dat docenten inspelen op de interesses en ervaringen van hun cursisten. Daarnaast moet de lesstof goed aansluiten op realistische situaties. Docenten kunnen hen ook stimuleren door te zorgen voor een positieve leerervaring en hen wijzen op plekken buiten de les (zoals een taalcafé) waar ze kunnen oefenen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Digitale vaardigheden en taalvaardigheden hangen met elkaar samen. Een gecombineerd onderwijsaanbod in taallessen aan laagopgeleide volwassenen is goed mogelijk. Dat aanbod moet dan wel aansluiten bij de individuele behoeften van de deelnemers en bij de inhoud van het taaltraject. Vooral een blended leeromgeving met ondersteuning van een docent als expert en mentor kan er voor zorgen dat elke deelnemer het gewenste leerresultaat bereikt.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Om de spreekvaardigheid van volwassen NT2-leerders te meten, is een brede toetsinhoud nodig, die aansluit bij concrete taalsituaties. Mogelijke toetsvormen zijn de kandidaat-examinator toets, de toets in tweetallen en de groepstoets. De laatste twee lijken iets geschikter te zijn voor het toetsen van mondelinge bekwaamheid, omdat er meer ruimte is voor interactie. Getrainde beoordelaars moeten die toetsen afnemen.
Geactualiseerd: 30 januari 2023
De fijne motoriek is de belangrijkste component van schrijfprestaties. Oefeningen die taakspecifiek zijn voor het schrijven vormen een goede voorbereiding, zeker in de begeleiding van zwakke schrijvers. Wil een methode effectief de fijne motoriek verbeteren voor schrijfonderwijs, dan moet deze in het teken staan van schrijven of grafische handelingen. Knippen, plakken en prikken zijn geen effectieve voorbereiding op schrijfonderwijs.
Gelijktijdig leren van twee vreemde talen op de basisschool is mogelijk en effectief. Er is daarbij wel een verschil tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden. Instructie voor lezen en schrijven in verschillende talen kan beter na elkaar plaatsvinden, om interferenties te voorkomen. Leren spreken en leren luisteren kan juist goed naast elkaar. Een nieuwe taal leren is makkelijker als deze lijkt op een eerder geleerde vreemde taal.
Het aanbieden van Engelse les in de onderbouw van de basisschool leidt niet per definitie tot een betere Engelse taalvaardigheid in de bovenbouw. Vroege starters presteren soms beter op Engelse toetsen dan late starters, maar de verschillen tussen beide groepen zijn klein. De tijd die leerlingen aan Engels besteden en buitenschools contact met Engels in het algemeen werken positief door op de Engelse taalverwerving. Zo hebben kinderen die tweetalig opgevoed worden, een beduidend betere Engelse taalvaardigheid dan kinderen die alleen op school Engels leren.