Periodiseren is het aanbieden van bepaalde vakken in een deel van het schooljaar. Dit laatste biedt minder mogelijkheden voor gespreid leren en afwisselend leren. Van deze wijzen van leren is bekend dat het sterke en grote positieve effecten heeft op de leerprestaties van leerlingen op de langere termijn. Periodisering in het rooster heeft daarmee vermoedelijk een ongunstig langetermijneffect op leerprestaties, die niet kunnen worden gecompenseerd door afwisselend leren.
Begrijpend luisteren vertoont een duidelijke relatie met begrijpend lezen. De vaardigheid begrijpend luisteren in groep 1 en 2 heeft zelfs een voorspellende waarde voor het leesbegrip op latere leeftijd. Dit komt onder meer door gedeelde subvaardigheden als het maken van inferenties (leerlingen leggen verbanden tussen de tekst en hun kennis van de wereld). Het aanleren van subvaardigheden in groep 1 en 2 kan ervoor zorgen dat leerlingen deze vaardigheden ook gebruiken bij het begrijpend lezen in groep 4.
Geactualiseerd: 17 april 2023
Veel oefenen helpt bij het leren automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen voor rekenen en wiskunde op de basisschool. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij programma’s met een systematische lesopbouw, één strategie, directe instructie en herhalingsoefeningen. Over het beste moment en fasering is weinig bekend. Scholen met effectief onderwijs in het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde onderscheiden zich van andere scholen door hun invulling van aanbod, onderwijstijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg.
Er is weinig wetenschappelijke steun voor positieve effecten van mindsetinterventies in het onderwijs. Veel onderzoeken hebben onvoldoende kwaliteit of er zijn geen effecten gevonden. Als er wel effecten zijn, dan is dat vooral bij specifieke groepen. Bij jonge kinderen hebben mindsetinterventies soms positieve resultaten. Bij oudere kinderen en studenten is er weinig tot geen effect, en soms zelfs een negatief resultaat.
De validiteit van de eindtoets basisonderwijs is in het geding als de leerling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Vanuit de literatuur zijn geen ondergrenzen voor het taalbeheersingsniveau bekend om een eindtoets te maken. Doel van de eindtoets is echter om het referentieniveau op taal- en rekenniveau bij leerlingen in groep 8 vast te stellen. Aan het einde van de basisschool is voor taal een referentieniveau van 1F gewenst. Toetsontwikkelaars houden daar rekening mee. Daarom kun je er vanuit gaan dat bij nieuwkomers een taalbeheersingsniveau van rond 1F afdoende is om een valide meting te krijgen.
Gerichte interventies kunnen probleemgedrag bij leerlingen terugdringen of voorkomen. Welke aanpak het geschiktst is, hangt af van de ernst van de gedragsproblemen en de leeftijd van de leerling. Gaat het om leerlingen tot twaalf jaar, dan is een gedragstherapeutische training voor ouders het effectiefst. Mocht dat niet werken, dan is cognitieve gedragstherapie voor het kind zelf – vanaf acht jaar – een optie. Het gaat dan vooral om training in zelfcontrole en het reguleren van agressie. Daarnaast bevordert de therapie de ontwikkeling van sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen. Ook het versterken van executieve functies kan probleemgedrag terugdringen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Omdat methodisch lesmateriaal voor laagopgeleide volwassenen met Nederlands als moedertaal nagenoeg ontbreekt, kunnen docenten volwasseneneducatie lesmaterialen Nederlands als tweede taal gebruiken. Om de taal aan te leren moeten de docenten NT2-materiaal tot en met Niveau A2 aanreiken. Het is dan wel belangrijk om ruimte te bieden voor communicatieve vaardigheden, naast expliciete instructie voor grammatica. Dat alles afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. Ook zorgen authentieke materialen voor leerwinst en kan invoering van leren leren onafhankelijkheid van de deelnemer bewerkstelligen.
Technische leesvaardigheid en passieve woordenschat zijn, samen met begripsvaardigheden, essentiële onderdelen van het leren lezen. Die relatie is wederkerig. Zowel het aantal woorden dat een leerling kent, als wat hij weet over een woord (vorm, betekenis en gebruik) draagt bij aan het snel en accuraat leren lezen van woorden. Daarnaast kan een leerling door technisch lezen nieuwe woorden leren. En er ontstaat ruimte in het werkgeheugen van de leerling om aandacht te besteden aan de betekenis van woorden en aan tekstbegrip.
Leerlingen met een Autisme Spectrum Stoornis hebben vaak problemen bij begrijpend lezen. Wat die leerlingen kan helpen zijn graphic organizers, ondersteuning in verwijswoorden, vragen beantwoorden, groepswerk en directe instructie. Aangezien de populatie leerlingen met een Autisme Spectrum Stoornis zeer divers is, zijn er geen algemeen geldende uitspraken te doen over effectieve instructie en begeleiding.
Om een samenhangend beeld te vormen van een tekst leggen leerlingen verbanden binnen de tekst, en tussen de tekst en hun achtergrondkennis. Leerkrachten kunnen leerlingen hierin stimuleren door het stellen van inhoudsgerichte vragen tijdens of na het lezen. Uit onderzoek is niet duidelijk of leerlingen de tekst wel of niet eerst in zijn geheel moeten lezen. Wel is het effectief om leerlingen samen, in de vorm van rolwisselend lezen, de teksten en bijbehorende vragen te laten behandelen.