Geactualiseerd: 15 juli 2024
Direct en indirect contact tussen kinderen van verschillende etnische groepen helpt om vooroordelen op basis van huidskleur en etniciteit te voorkomen of verminderen. Ook zorgt een positieve sociaal-cognitieve ontwikkeling, als kinderen leren begrijpen wat andere mensen doen, voelen en denken, voor de afname van vooroordelen. Voor kinderen uit minderheidsgroepen zijn juist interventies nodig die aandacht besteden aan het zelfbeeld en omgaan met discriminatie en racisme.
Geanimeerde prentenboeken en het programma Letters in Beweging hebben een positief effect op de taal- en leesontwikkeling van risicoleerlingen. De effecten zijn echter mede afhankelijk van de kwaliteit van het boek, de ingebouwde interactie, het aantal keren dat het boek aangeboden wordt en de interactie met een volwassene. Bij kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden (ESM) is voorzichtigheid geboden met achtergrondgeluid en muziek.
De menstruatiecyclus heeft zeker invloed op het alledaagse functioneren, zowel positief als negatief. Bij de meeste vrouwen, met een gezonde cyclus, zijn nadelige effecten hiervan waarschijnlijk minimaal. Vrouwen met premenstrueel syndroom (PMS) of premenstruele dysfore stoornis (PMDD) lijken wel een duidelijkere verslechtering in cognitieve functies te hebben tijdens de premenstruele fase. Of en welke invloed dit heeft op de prestaties is niet bekend.
Geactualiseerd: 21 december 2018
Samenwerking tussen ouders en school bestaat in verschillende vormen. Niet alle vormen van ouderbetrokkenheid zijn even effectief. Zo kunnen we meer verwachten van ouderbetrokkenheid thuis (samen lezen, praten over school) dan van ouderbetrokkenheid op school (ouderparticipatie). Effecten van ouderbetrokkenheid zijn groter naarmate de sociale status van ouders lager is. Daarbij is het wel een voorwaarde dat de school deze ouders als serieuze gesprekspartners ziet. De relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten is complex en is onder meer afhankelijk van de leeftijd en de sociaal-culturele achtergrond van kinderen. Niet alleen feitelijke samenwerking, maar ook de houding en verwachtingen van leraren doen ertoe. Ouders met een laag opleidingsniveau voelen zich meer betrokken dan veel leraren denken.