Hoe meer boeken kinderen lezen, hoe leesvaardiger ze zijn. Maar of het uitmaakt of je ze voorleest of zelfstandig laat lezen, is niet duidelijk. Het meeste onderzoek naar voorlezen gaat over kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. Het weinige onderzoek naar oudere kinderen duidt erop dat voorlezen en vrij lezen allebei goed kunnen zijn voor de woordenschatontwikkeling en/of de leesvaardigheid. Welk type leesbevordering voor wie het beste werkt, daarover vallen nog geen duidelijke conclusies te trekken.
Opbrengstgericht werken heeft overwegend positieve effecten op leeropbrengsten bij rekenen, taal en lezen. Het is niet bekend of dat ook geldt voor burgerschapskennis en -vaardigheden van leerlingen. Dat komt doordat er geen effectonderzoek beschikbaar is, en ook omdat OGW bij burgerschapsonderwijs nog in de kinderschoenen staat. Enkele specifieke kenmerken van burgerschap maken het lastiger om daar opbrengstgericht te werken dan in andere domeinen.
Tussen het startmoment van Engels onderwijs en de Engelse taalvaardigheid van leerlingen aan het eind van het basisonderwijs bestaat geen samenhang. Als er al positieve effecten zijn van vroeg beginnen, dan lijken die op de lange termijn te verdwijnen. Meer dan het startmoment speelt het onderwijsaanbod op school en de thuisomgeving een rol in de Engelse taalvaardigheid van leerlingen.
Het is niet bekend of aandacht voor de schrijfwijze van cijfers in groep 1-2 bijdraagt aan de schrijfvaardigheid van cijfers in groep 3. Met name de coördinatie van de fijne motorische bewegingen en de visueel-motorische integratie zijn belangrijke voorwaarden om cijfersymbolen correct te kunnen schrijven. Methoden om de fijne motoriek te verbeteren dragen het meeste bij aan voorbereidend schrijven als deze taakspecifiek zijn.
Leerlingen die extra aandacht nodig hebben, moeten in de eerste plaats worden begeleid door de leraar. Ondersteunend personeel kan het werk van de leraar intussen aanvullen, maar niet vervangen. Zij kunnen leerlingen begeleiden met bewezen effectieve interventies. Een duidelijke rolverdeling tussen leraar en ondersteuner bevordert het succes.
Er is nog geen wetenschappelijk bewijs dat cultureel responsief lesgeven het welbevinden van nieuwkomersleerlingen verbetert. Wel laten studies zien dat een inclusieve en cultureel diverse klasomgeving een positieve bijdrage kan leveren aan de sociale verbondenheid en tevredenheid van leerlingen. Cultureel responsief lesgeven draagt bij aan een veilige en respectvolle leeromgeving, waarin álle leerlingen zich gezien voelen.
Maatschappelijke betrokkenheid is een onderbelicht onderdeel van burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs. Er is weinig onderzoek gedaan naar hoe je die maatschappelijke betrokkenheid effectief kunt bevorderen. Service learning, een Amerikaanse aanpak vergelijkbaar met een maatschappelijke stage, laat veelbelovende uitkomsten zien. Maar daarbij is niet gekeken naar positieve gevolgen voor de ontwikkeling van maatschappelijke betrokkenheid.
Of zwakkere lezers in groep 3 baat hebben bij korte en afwisselende uitleg en leesoefeningen weten we eigenlijk niet. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. In het algemeen helpt meer leestijd wel om leerlingen beter te leren lezen. Verder is het belangrijk om aandachtsproblemen bij kinderen vroeg te signaleren: om goed te leren lezen moet je je goed kunnen concentreren. Kinderen die daar moeite mee hebben kun je dan eerder gericht helpen.
Vingertellen expliciet stimuleren in de onderbouw om rekentaken op te lossen is effectief voor het getalbegrip en (de automatisering van) optel- en aftrekvaardigheden van leerlingen. In loop van de tijd is vingertellen in de middenbouw daarvoor niet meer effectief. Het gebruik van de vingers sluit dan niet meer aan bij de verwachte rekenontwikkeling. Het laat zien dat de leerlingen de overstap naar het mentale rekenen nog niet hebben gemaakt.
Sommige leerlingen die Nederlands als tweede taal leren (NT2-leerlingen) spreken niet veel in het Nederlands, en oefenen daardoor weinig. Dat kan bijvoorbeeld komen door angst om in een andere taal te spreken of door cultuurverschillen. Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de spreekvaardigheid van stillere NT2-leerlingen. Algemenere aanbevelingen om spreekvaardigheid te bevorderen gelden mogelijk ook voor deze groep. Zo dienen leraren een veilig spreekklimaat in de klas te creëren. Daarnaast kunnen leraren zorgen dat alle leerlingen veel mogelijkheden krijgen om te spreken en hun veel feedback geven.