Dit is de tekst: Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Tekorten kunnen leiden tot verminderde cognitieve prestaties. Er zijn nog veel vragen over de werking van vitamines en mineralen, en hun onderlinge interactie in het menselijk lichaam. Bovendien staan voedingspatronen niet op zich. Ze hangen samen met andere factoren die de cognitie en de schoolprestaties kunnen beïnvloeden, zoals sociaal economische status of gezondheid. Extra supplementen kunnen in het ene geval sterke effecten hebben op de cognitie, maar in het andere geen of zelfs schadelijke effecten.
Cognitief presteren
Voedingssupplementen hebben bij mensen met tekorten een duidelijk positief effect op de zogenoemde ‘fluïde intelligentie’. Deze term verwijst naar cultuuronafhankelijke, non-verbale vaardigheden die te maken hebben met redeneren en problemen oplossen.
Supplementen hebben ook een positieve invloed op ‘gekristalliseerde intelligentie’, het vermogen om verworven kennis en vaardigheden te gebruiken, bij mensen met tekorten. Het effect is veel minder sterk dan bij fluïde intelligentie. Gekristalliseerde intelligentie wordt mogelijk meer beïnvloed door de sociale omgeving en door ervaring.
Op andere cognitieve aspecten, zoals kortetermijngeheugen, aandacht en concentratie, en verwerkingssnelheid zijn wisselende effecten gevonden. Op langetermijngeheugen en schoolresultaten zijn geen effecten gevonden.
Hierbij moet worden opgemerkt dat de effecten van supplementen vooral (maar niet uitsluitend) zijn gevonden bij jongeren met ijzertekort, jodiumtekort of bloedarmoede.
Tekorten
Als ijzertekorten worden aangevuld, kunnen de scores op aandacht en intelligentie verbeteren. Een te hoge dosering ijzer kan negatieve gevolgen hebben. Wanneer jodiumtekorten worden aangevuld, verbetert de non-verbale intelligentie.
Alle acht B-vitamines zijn essentieel voor een goed functioneren van het menselijk brein. De effecten van bijslikken van vitamine B zijn echter niet eenduidig. Sommige onderzoekers menen dat folaat (dit is vitamine B9 of B11), eventueel in combinatie met B6 en B12, de grootste effecten kan hebben. Anderen denken dat alle vitamines B belangrijk zijn.
Een hoge dosering van voedingssupplementen vitamine B, hoger dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH), kan voordelen hebben voor hart en vaten, en cognitieve functie. En een hoge dosering kan de kans op dementie verminderen. Dit pleit voor een hogere dosering dan de ADH. Dit geldt niet voor alle vitamines B. Aan foliumzuur, niacine (B3) en B6 zijn maximale dagelijkse limieten omdat een hogere dosering schadelijk kan zijn.
Er is weinig bewijs dat bijslikken van vitamine D en magnesium op zichzelf de cognitieve prestaties helpt verbeteren bij mensen zonder aantoonbare tekorten.
Werking vitamines en mineralen
De werking van vitamines en mineralen in het lichaam is complex en nog lang niet begrepen. Aan de ene kant werken vitamines en mineralen samen en is het verstandig om alle tekorten aan te vullen. Aan de andere kant concurreren ze ook binnen het lichaam en kunnen ze elkaar tegenwerken. Bijvoorbeeld ijzer, zink en koper concurreren om opname in het lichaam.
Bovenstaande conclusies zijn grotendeels gebaseerd op reviews van een groot aantal onderzoeken. Daarmee kun je een algemene conclusie trekken over de effectiviteit van supplementen op de cognitie. Maar er kunnen grote verschillen zijn in effecten, afhankelijk van de toedieningsvorm, de dosering, de definitie van tekort en kenmerken van de onderzochte groep.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen en Ingrid Christoffels (kennismakelaars Kennisrotonde).