Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Filosofielessen volgen is niet hetzelfde als filosoferen. In de lessen kan immers het leren over filosofie en over filosofen centraal staan, in plaats van de activiteit van het (zelf) filosoferen. Als er echter bij het vak filosofie ook daadwerkelijk samen met leerlingen wordt gefilosofeerd, zal dit ook enigszins bijdragen aan de cognitieve vaardigheden, inclusief hogere denkvaardigheden. Maar hard bewijs hiervoor is er op dit moment niet.
Als we willen weten of het volgen van filosofielessen van invloed is op het gebruik van hogere denkvaardigheden in andere vakken, dan is het vinden van een verband hiertussen niet voldoende. Misschien kiezen de ‘slimmere’ leerlingen wel vaker filosofie. Misschien vinden analytisch ingestelde, intellectueel creatieve leerlingen filosofie wel vaker een aantrekkelijk vak. We moeten dus naar onderzoek kijken dat wél iets over de causale relatie kan zeggen.
Verbeteren van cognitieve vaardigheden
Onderzoek naar het effect van het vak filosofie is schaars. Om meer te kunnen zeggen over de relatie tussen filosofie en hogere denkvaardigheden, moeten we dus kijken naar ander onderzoek, dat er wel bij ‘in de buurt’ ligt. We komen dan uit bij onderzoek naar de effecten van specifieke interventies gericht op het verbeteren van cognitieve vaardigheden bij kinderen.
Eén van de meest en best onderzochte interventies is Filosoferen met Kinderen (Philosophy for Children, kort P4C). P4C heeft tot doel kinderen kritisch, creatief en zorgzaam te leren denken. De manier om dit te bevorderen is door de klas in een community of inquiry, een onderzoeksgemeenschap, te veranderen. De leraar ondersteunt daarbij een dialogisch gesprek. Dit is een gesprek waarin kinderen naar elkaar luisteren en zich in het standpunt van de ander proberen te verplaatsen. Daarbij argumenteren ze zo goed mogelijk en zorgen ze ervoor dat belangrijke begrippen duidelijk zijn. Ook letten ze erop dat ze niet langs elkaar heen praten.
Filosoferen met Kinderen (P4C) lijkt bescheiden effecten te hebben op cognitieve vaardigheden. Filosoferen kan zich dus ‘uitbetalen’ op andere gebieden en in andere vakken. Tegelijk is er (nog) geen hard bewijs voor de overdracht van door P4C ontwikkelde hogere denkvaardigheden naar andere taken of vakken. Verder richt onderzoek naar P4C zich vooral op kinderen van tussen de 5 en 12 jaar. Daarom is het onzeker of deze onderzoeksresultaten zich zonder meer laten vertalen naar oudere leerlingen.
Bovendien is P4C zoals gezegd niet hetzelfde als het vak filosofie volgen. Het eerste is zuiver gericht op het ontwikkelen van denkvaardigheden (en daarbij passende niet-cognitieve vaardigheden en eigenschappen, zoals luisteren en zich verplaatsen in de ander). Bij het schoolvak filosofie is het ook de bedoeling dat er een bepaalde inhoud – kennis over (de geschiedenis van de) filosofie – wordt overgebracht.
Rol van de leraar
Veel interventies die denkvaardigheden moeten bevorderen, hebben positieve effecten op redeneervaardigheden en probleemoplossen. Negatieve effecten hierop zijn niet gevonden. Er zijn enige aanwijzingen voor transfer van verworven denkvaardigheden naar andere contexten. Verder zijn er verschillen tussen leerlingen en is de rol van de leraar belangrijk.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anders Schinkel (antwoordspecialist) en Christa Teurlings (Kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Floor Rombout (UvA) geconsulteerd.