Vertelvaardigheden stimuleren

Het lijkt iets zo vanzelfsprekends: aan anderen kunnen vertellen wat je voelt, wat je hebt meegemaakt. Maar die vanzelfsprekendheid geldt niet voor iedereen, weet Alice van Vliet uit ervaring. Ze werkt bij de Koninklijke Auris Groep met kinderen met taalproblemen, als leerkracht in cluster 2. “Ik zie de kinderen bij ons enorm groeien”, zegt ze enthousiast. “Ze vergroten hun woordenschat, krijgen meer taalbegrip. Maar net dat laatste stukje, het vertellen, blijft voor veel kinderen vaak een probleem.”

Interview Alice van Vliet 

Kunnen mee-communiceren is zó belangrijk voor kinderen

Alice van Vliet, Koninklijke Auris Groep

November 2025

Alice vroeg zich af: hoe komt het nu dat kinderen die laatste stap niet kunnen zetten? Ze ging in eerste instantie zelf op onderzoek uit en vond diverse artikelen over het onderwerp. Maar daarbij stuitte ze op een dilemma: hoe beoordeel je of het beschreven onderzoek ook gedegen onderzoek is?

Grote vragen

Met het NKO was ze al wel bekend: ze schrijft mee aan de Leidraad taal voor het speciaal onderwijs. De Kennisrotonde kende ze minder goed. “Ik wist niet zo goed of ik daar wel een vraag aan mocht stellen. Maar ik dacht: ik doe het gewoon!”

Alice is blij dat ze de stap heeft gezet. “Het contact met de Kennisrotonde was direct heel open, heel vriendelijk.” Haar oorspronkelijke vraag bleek wel te groot. “Ik wilde weten hoe we kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) kunnen helpen om beter te leren vertellen. Daarbij was ik niet zozeer op zoek naar materialen, maar wilde ik vooral weten wat ik daar als leerkracht aan kan doen.”

Eigenlijk wilde ze ook nog weten aan welke voorwaarden de kinderen moeten voldoen om goed te kunnen werken aan hun vertelvaardigheden. “Wat moeten zij daarvoor al kunnen? Maar daarmee stelde ik twee vragen, zei de kennismakelaar. We besloten om ons eerst te richten op de leerkrachtvaardigheden. In het uiteindelijke antwoord kwam ook de tweede vraag, naar de voorwaarden bij de leerlingen, impliciet een beetje aan bod.”

Samenwerken met logopedisten

Wat kunnen leerkrachten nu doen om kinderen met een taalprobleem beter te laten vertellen? Er zijn kort gezegd drie veelbelovende aanpakken: als leerkracht het goede voorbeeld geven (‘modelleren’); kinderen laten oefenen, door hen hele verhalen, van begin tot eind, te laten (na)vertellen; en leerlingen ondersteunen met visuele hulpmiddelen zoals afbeeldingen of symbolen.

Alice is heel tevreden met het antwoord. “Natuurlijk, sommige zaken wist ik al wel. Maar het is altijd prettig dat die door onderzoek worden bevestigd. Tegelijk leverde het antwoord me ook nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld hoe belangrijk de grammaticale ontwikkeling is om goed te kunnen vertellen. Daardoor realiseerde ik me dat ik veel meer de samenwerking met logopedisten kan opzoeken. Zij zijn bij uitstek deskundig op het gebied van zinsontwikkeling bij kinderen.”

Haalbaar voor de hele klas

In de praktijk past ze ook al zaken uit het antwoord toe, zoals een visueel verhaalschema. “Ik vertel de kinderen met welke startzin ze kunnen beginnen, en wijs hen erop dat het verhaal een midden en een eind heeft. En ik zet visuele ondersteuning in, bijvoorbeeld met pictogrammen.”

Alice vindt het fijn dat de adviezen zich niet uitsluitend richten op de leerling met een TOS, maar haalbaar zijn op groepsniveau, voor de hele klas. “Ik zie dat het de kinderen écht helpt. Ze wijzen uit zichzelf de bijbehorende plaatjes aan, pakken er poppetjes bij. Ze vinden het heel leuk om zo te vertellen.” En daar gaat het uiteindelijk om, zegt Alice. “Dat kinderen kunnen mee-communiceren is zó belangrijk! Het maakt de omgang met andere kinderen veel gemakkelijker.”


Hier vind je het uitgebreide antwoord op deze onderzoeksvraag