Liever mengen dan scheiden
Sommige entreeopleidingen in het mbo geven NT2-studenten apart les, andere laten ze in de reguliere opleiding instromen, al dan niet met aanpassingen. Wat is beter voor hun taalverwerving? Die vraag stelde Marjon Elling (docent/coach Entree-NT2) aan de Kennisrotonde.
Interview Marjon Elling
Mijn tip is om verder te kijken dan je eigen opleiding. Want ook bijvoorbeeld doktersassistenten moeten een telefoongesprek kunnen voeren met anderstaligen. Door samen te oefenen ontstaat een win-winsituatie.
Augustus 2025
Op het Alfa-college in Hardenberg volgen niet-Nederlandstalige studenten (NT2) een aparte, tweejarige entreeopleiding. Het eerste jaar krijgen ze les in een gescheiden klas, met Nederlands leren als hoofddoel. Leerlingen werken toe naar taalniveau A2. In het tweede jaar is er nog steeds meer tijd voor Nederlands, verder lijkt het programma op de reguliere entreeopleiding. De NT2’ers krijgen ook vaker les met reguliere studenten. Zo zijn er gemengde klassen bij de profielvakken zorg, dienstverlening en horeca en de keuzevakken zoals fotografie en EHBO.
Hoe effectief is deze aanpak? Dat vroeg NT2-coach Marjon Elling zich af na een discussie in de werkgroep Meertaligheid. “Sommige collega’s dachten dat NT2’ers sneller Nederlands leren als ze leskrijgen in een aparte klas, andere wilden juist vaker mengen. Ik was benieuwd wat wetenschappelijk onderzoek daarover zegt.” Ze schakelde de Kennisrotonde in: “Leren NT2-studenten in het mbo beter Nederlands als ze les krijgen in een aparte of in een reguliere groep?”
Ontmoeten
Uit het antwoord blijkt dat de input van moedertaalsprekers leidt tot betere taalbeheersing. NT2’ers hebben daarom waarschijnlijk baat bij een gemengde klas. Wel hebben ze aanvullende uren Nederlandse les en vaktaal nodig. “Het antwoord laat zien dat we op de goede weg zijn,” vindt Elling. “Waar mogelijk mengen we onze NT2’ers met reguliere studenten, ook in het eerste jaar. De sportdagen zijn bijvoorbeeld samen. En we organiseren speciale projecten. Omgaan met bijzondere doelgroepen is bijvoorbeeld een leerdoel voor studenten Maatschappelijke Zorg. Dus die koppelen we aan de NT2’ers.”
Ook met andere mbo-scholen zoekt Elling contact. “Mijn tip is om verder te kijken dan je eigen opleiding. Want ook bijvoorbeeld doktersassistenten moeten een telefoongesprek kunnen voeren met anderstaligen. Door samen te oefenen ontstaat een win-winsituatie.”
Op het Alfa-college ontmoeten leerlingen elkaar ook in het gebouw, zoals bij de voetbal- of biljarttafel. “Daar praten ze bijvoorbeeld met elkaar over films en series. Ze ontdekken dat ze meer gemeen hebben dan gedacht, waardoor er een band ontstaat.”
Realistische werkomgeving
Het Kennisrotonde-antwoord laat zien hoe belangrijk praktijkleren is voor NT2’ers. Een realistische werkomgeving zorgt ervoor dat ze de vaktaal en het beroep tegelijk kunnen leren. Op het Alfa-college lopen studenten één dag in de week stage. In het eerste jaar is dat een speciale taalstage, bijvoorbeeld in de Wibra of Albert Heijn. “Ze doen opdrachten als: ‘Praat met een collega in de pauze. Schrijf tien nieuwe woorden op die je hebt gehoord. Schrijf op welke afdelingen er zijn.’” In het tweede jaar lopen de studenten twee dagen stage, en is de stage meer gericht op het gekozen profiel.
Dialect
De entreeopleidingen volledig mengen, zoals de experts in het antwoord adviseren, ziet Elling op het Alfa-college niet zo snel gebeuren. “Het taalniveau is in dat eerste jaar nog heel laag. We moeten ook aan onze reguliere studenten denken die van de havo of vmbo-tl komen. Die willen niet alles herhalen en wachten op de NT2-student, dan raken ze ontmoedigd.” Dat een deel van de reguliere studenten een dialect spreekt, speelt ook een rol. “Dat is voor NT2’ers heel lastig, dan verstaan ze er nog niks van.”
Elling deelde het Kennisrotonde-antwoord met haar directe collega’s en opleidingsmanager. De reacties waren verschillend. “NT2-docenten zijn over het algemeen voorstander van meer mengen. Terwijl reguliere docenten roepen: die jongeren die van de havo komen, zitten hier niet op te wachten. Tussen die verschillende belangen zoeken we een balans.”
Koude douche
Na de entreeopleiding stromen de NT2’ers door naar een opleiding op mbo-2 niveau. De Nederlandse taal blijft voor veel NT2’ers een worsteling, merkt Elling, want ze missen toch woordenschat. En dat zorgt ervoor dat sommigen afhaken.
Een paar jaar geleden deed een collega daarom onderzoek naar de doorstroom van de NT2-entreeopleiding naar mbo-niveau 2. “Studenten gaven aan: de entree is een warm bad met veel hulp, maar bij niveau 2 krijg je een koude douche.” Het was een signaal om meer in te zetten op verbinding. “We organiseren nu een toekomstcafé, waarin mbo 2-studenten vertellen over hun opleiding aan NT2’ers. En docenten leren hun aankomende leerlingen alvast kennen.” Zo probeert het team de landing in het reguliere mbo te verzachten.
Verzuim
Dit jaar geeft Elling les aan een pre-entree groep van veertien jongens die nog maar kort in Nederland woont: enkele maanden tot een jaar. Ze vluchtten uit onder andere Eritrea, Somalië en Syrië en wachten op hun status en een huis. Het verzuim in de groep ligt hoog. “Ze krijgen meestal geen enkele sturing vanuit huis, want er is niemand die op ze wacht of vraagt hoe hun schooldag was. Het is lastig hoe je daar het beste mee omgaat. Aan de ene kant wil je studenten de tijd geven om een ritme te vinden. Aan de andere kant moet je duidelijk maken wat je van ze verwacht, anders komen ze helemaal niet meer.”
Regelmatig ziet Elling dat jongeren in haar klas zoveel hebben meegemaakt dat de leerstof niet bij ze aankomt. “Op een gegeven moment moet je dan zeggen: misschien heb je eerst andere hulp nodig. Dan schakel ik met bijvoorbeeld de gemeente of met COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, red).”
Hier vind je het uitgebreide antwoord op deze onderzoeksvraag
-
Meer antwoorden
Vele leraren en andere onderwijsprofessionals stelden ook al een vraag aan de Kennisrotonde.