Generatieverschillen of levensfases?
Begin je enthousiast aan een leerlab over generatieverschillen, lees je in een onderzoek dat die helemaal niet bestaan… Mbo-docent Mieke Hermans ging niet bij de pakken neerzitten, maar besloot de Kennisrotonde te vragen wat hierover in de onderzoeksliteratuur is te vinden. Dat leverde haar geen kant-en-klaar antwoord op, maar wel een hoop inzichten waarmee ze in haar leerlab verder aan de slag kan.
Interview Mieke Hermans
We stoppen mensen graag in hokjes, maar die staan in de weg dat je iemand gewoon als persoon kunt zien
Januari 2026
Mieke maakte negen jaar geleden de overstap van dierenarts naar het onderwijs. Ze werkt bij Curio als docent, stagebegeleider, mentor, procesbegeleider van haar team en houdt zich bezig met onderwijsontwikkeling. Dat doet ze onder meer in het leerlab generatieverschillen. “Dat onderwerp is op het moment een hot item, ook in het onderwijs. Er zijn allerlei vooroordelen, bijvoorbeeld dat de huidige jongeren snowflakes zijn en dat oudere mensen niet met computers kunnen omgaan. We stoppen mensen graag in hokjes, maar die staan in de weg dat je iemand gewoon als persoon kunt zien. Daarom zijn we hiermee aan de slag gegaan, juist om te kijken hoe we de verschillende generaties in hun kracht kunnen zetten”, aldus Mieke.
Verschillende levensfases en omstandigheden
Kennismakelaars Evelien Ketelaar en Niek van den Berg stuurden Mieke eerst een aantal artikelen over generatieverschillen die mogelijk interessant waren voor het leerlab. “Die heb ik natuurlijk allemaal doorgelezen, maar het meest had ik aan de gesprekken die daarna volgden.” Tijdens het eerste gesprek met de kennismakelaars werd het vraagstuk rond het gedrag van studenten verder ontrafeld. Welke veranderingen in gedrag namen Mieke en haar collega’s waar en welk gedrag zouden ze willen zien? Wat gaat er wel of niet goed in de huidige manieren van omgaan met elkaar?
Al sparrend kwamen ze op de vraag of het vraagstuk eigenlijk wel gaat over generatieverschillen, of meer over verschillende levensfases, of over verschillende maatschappelijke omstandigheden. Mieke: “Een puber gedraagt zich anders dan een bejaarde, en een puber 20 jaar geleden anders dan een puber nu. De hele maatschappij is immers anders geworden. Zo is de houding tegenover werk veranderd en we zijn met z'n allen mondiger geworden. Tegenwoordig hebben jongeren thuis veel meer een overlegcultuur en die nemen ze mee in de klas.”
Mieke: “De vraag van het leerlab gaat daarom niet meer zozeer over generatieverschillen maar over hoe je als hedendaagse mensen van verschillende leeftijden in onze cultuur het beste met elkaar kunt omgaan. Dan kom je uit op dingen als geweldloos communiceren, zorgen voor voldoende veerkracht, zelfregulerend leren en formatief handelen.”
Hoge uitval
Een van de verschijnselen waar het leerlab zich in verdiept, is de hoge uitval bij studenten. “We willen beter begrijpen waar dat door komt en niet afgaan op vooroordelen”, aldus Mieke. “Vaak wordt uitval voorafgegaan door ziekteverzuim. Maar als ik me ziek meld, zitten er 30 studenten zonder docent. Studenten kijken er anders tegenaan en sommigen blijven eerder weg van school dan anderen. De een zit doodziek evengoed in de klas, de ander verzuimt vanwege een zwerende puist. Studenten die gepest worden, blijven ook sneller thuis. Er kan zoveel spelen. Maar als mijn studenten stagelopen in een dierenpension en ze komen niet opdagen, dan krijgen de honden geen eten. Kijk, in één keer wordt het veel relevanter om daar te zijn.”
Persoonlijk contact
Mieke: “De hedendaagse student leeft in een digitale tijd met veel afleidingen. Ze moeten dus sterker zijn om alles te kunnen weerstaan. Hoe zorg je dat ze gemotiveerd blijven voor hun studie? En dat ze even goed zo efficiënt mogelijk hun dingen leren? Daar zijn tegenwoordig betere digitale hulpmiddelen voor zoals Kahoot en Blooket. Daardoor zijn studenten veel autonomer en hebben ze veel meer mogelijkheden dan wij vroeger hadden. Maar daar zit ook de valkuil in, want uiteindelijk staat of valt het onderwijs met persoonlijk contact, hun relatie met hun docent en klasgenoten. Daarom gebruik ik de vrijgekomen tijd om met een of een paar student in gesprek te gaan. Om te toetsen of ze echt begrijpen wat ze hebben opgeschreven. Dan heb je echt hun aandacht.”
Mieke heeft haar inzichten teruggekoppeld aan haar collega’s in het leerlab. “Ook heb ik een collega van het leerlab uitgenodigd voor het tweede gesprek met de kennismakelaars, zodat die het ook kon meemaken. Al met al heeft de Kennisrotonde me enorm geholpen. Ik ging van ‘help, ik zit in een leerlab over een onderwerp dat niet bestaat’ naar ‘ik heb weer nieuwe inzichten, nieuwe kanten die ik op kan, onderbouwd met onderzoeksliteratuur’.”
Verder lezen?
-
Meer antwoorden
Vele leraren en andere onderwijsprofessionals stelden ook al een vraag aan de Kennisrotonde.