De abacus: trucje of handig hulpmiddel?

Kun je leerlingen beter cijferend leren rekenen met een abacus, een variant van het rekenrek? Die vraag borrelde op bij onderwijsadviseur Helen Degenhart, die de Pater Jan Smitschool uit Heerhugowaard begeleidt bij een meerjarig rekentraject. Aanleiding voor Helen om contact op te nemen met de Kennisrotonde. Wat zijn haar ervaringen?

Interview Helen Degenhart

helen_degenhart

Ik voelde me écht gehoord door de Kennisrotonde!

Helen Degenhart, onderwijsadviseur

Januari 2026

Doel van het rekentraject op de Pater Jan Smitschool is om de leerlingen beter te leren rekenen, en een goede doorgaande lijn neer te zetten. Dat laatste is van belang, zeker omdat de school werkt zonder rekenmethode en dus zelf verantwoordelijk is voor de gehanteerde didactiek, licht Helen toe. 

Tijdens de voorbereidingen op haar advieswerk las Helen in een artikel dat kolomsgewijs rekenen niet noodzakelijk zou zijn, en misschien zelfs verwarrend voor sommige kinderen. Zou het mogelijk zijn om direct cijferend te gaan rekenen, vroeg ze zich af. Daarbij moest ze denken aan de abacus. “Toen ik begin jaren ’90 voor het eerst voor de klas stond, in groep 3-4-5, gebruikten we de abacus. Ik vond het een heel handig hulpmiddel en wilde weten of ik het gebruik ervan zou kunnen adviseren. Maar dan wilde ik daar zo mogelijk natuurlijk wel bewijs voor hebben. Vandaar mijn vraag aan de Kennisrotonde.”

Uitgeteld op de abacus

Een abacus lijkt een beetje op een rekenrek, met staven en kralen. Maar het dient meestal een ander doel. Waar een rekenrek vooral behulpzaam is bij het ‘tellen over het tiental’, daar kun je de abacus ruimer toepassen. Door de verschillende kleuren kralen, die staan voor eenheden, tientallen, honderdtallen, enz., kun je de abacus vooral goed gebruiken bij rekenbewerkingen waarbij je moet ‘lenen’ en ‘inwisselen’. Het instrument helpt kinderen om deze bewerkingen inzichtelijker te maken.

Tegenwoordig zie je de abacus maar zelden in een klaslokaal. Waarom het instrument uit de gratie is geraakt, weet Helen ook niet precies. “Ik denk dat het te maken heeft met de introductie van het realistisch rekenen. Vanaf dat moment kreeg de betekenis van rekenopgaven veel nadruk. In die tijd kwam ook het kolomsgewijs rekenen op. De abacus mag dan misschien meer een trucje zijn, hij is wel gestoeld op getalbegrip.”

De Kennisrotonde: lekker laagdrempelig

Hoe dan ook, Helen wilde weten hoe effectief het instrument is en schakelde de Kennisrotonde in. “Ik ben zo blij met het bestaan ervan! Het is een laagdrempelige manier om na te gaan of bepaalde onderwijsinterventies effectief zijn. En iedereen kan er gebruik van maken. Als ik trainingen geef, kijk ik vaak eerst even bij de Kennisrotonde of het klopt wat ik adviseer.” Ook maakt Helen gebruik van de leidraden van het Kennisinstituut, uitgebreide kennisoverzichten op thema.

Over de afhandeling van haar vraag is Helen meer dan tevreden. “Binnen een week werd contact met mij opgenomen. Mijn contactpersoon (de kennismakelaar, red.) vroeg goed door, wilde weten waarom ik mijn vraag stelde, waarvoor ik het antwoord zou willen gebruiken. Ik voelde me écht gehoord.” Na een week of zes lag er een antwoord op basis van gedegen literatuuronderzoek.

Bruikbaar advies over de abacus, maar de school beslist

Het onderzoek had vooral betrekking op het onderwijs in Azië, waar de abacus veel meer wordt gebruikt. In de Aziatische context lijkt het een effectief middel. Of dat voor het Nederlandse onderwijs ook geldt, is op grond van onderzoek onduidelijk. Jammer, zegt Helen. Lachend: “Het liefst had ik natuurlijk gehoord dat het een heel goed middel zou zijn om kinderen te leren rekenen.”

Een aantal elementen uit het antwoord waren voor haar wel verhelderend. “Zo bleek dat rekenen met de abacus pas effect heeft als leerlingen er lang, zeg drie jaar, mee oefenen. Je moet er dus vroeg mee beginnen. En ik had zelf gedacht dat je het pas in groep 5-6 zou kunnen inzetten, maar volgens de literatuur kan dat al wel een jaar eerder. Ten slotte, wil de abacus effectief zijn, dan moeten ook leerkrachten er goed mee oefenen. Daar moet je dus tijd voor inruimen.”

Helen zal de uitkomst van het literatuuronderzoek voorleggen aan de Pater Jan Smitschool. “Die moet uiteindelijk beslissen of ze de abacus in het rekenonderwijs wil gebruiken, en zo ja, hoe.”


Lees het antwoord van de Kennisrotonde op de vraag van Helen Degenhart naar het gebruik van de abacus in de rekenles: