Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.

    Lees meer

    Bij zinsontleding gaat het om herkennen en benoemen van elementen uit een zin: onderwerp, lijdend voorwerp, persoonsvorm, aanwijzend voornaamwoord, e.d. Veel scholen voor voortgezet onderwijs voelen zich genoodzaakt om hun leerlingen in de onderbouw uitvoerig zinsontleding en spelling aan te bieden, omdat hogescholen dat vaak bij taaltoetsen vragen. Onderzoek laat echter nauwelijks effecten zien van traditionele zinsontleding op vaardigheden als begrijpend lezen, spelling of schrijven.

    Lees meer

    Peuters, kleuters en basisschoolkinderen kunnen zelfstandig met een robot werken aan herhalende taken als woorden leren, de tafels oefenen of een puzzel oplossen. Leerlingen leren van een robot die voorleest, vertelt, overhoort, uitlegt en met ze oefent. Of robots die het kind aankijken, gebaren maken of complimenten geven een meerwaarde hebben voor het leren is niet duidelijk. Robots die het leeraanbod afstemmen op het niveau van de leerling halen betere resultaten bij de leerling dan robots die dat niet doen.

    Lees meer

    Een disharmonisch intelligentieprofiel bij leerlingen – waarbij verbaal IQ en performaal IQ sterk uiteen lopen - is geen voorspeller of indicator voor probleemgedrag, psychosociale problemen of neurologische problemen. Zo’n profiel voorspelt evenmin leerproblemen of taalachterstanden. Daarvoor is het verbale IQ een betere voorspeller. Of het aantal vmbo-leerlingen met een disharmonisch intelligentieprofiel groeit of afneemt is niet bekend. Wel is duidelijk dat vmbo’ers veel minder lezen dan havo/vwo’ers. Het niveau van tekstbegrip van schoolboeken ligt in het vmbo lager dan in havo/vwo.

    Lees meer

    Veel zwakke lezers in de bovenbouw kunnen redelijk technisch lezen, maar hebben vooral problemen met het begrijpen van (meer complexe) teksten, mede als gevolg van een gebrekkige woordenschat en een lage intelligentie. In het onderwijs voor de bovenbouw moet dus nadruk liggen op tekstbegrip en niet op leessnelheid. Het is aan te raden dit onderwijs te laten aansluiten bij de belangstelling van leerlingen en te verbinden met leesteksten gericht op relevante vakinhouden. Intensieve begeleiding van kleine groepen is hierbij een belangrijke voorwaarde.

    Lees meer

    Een belangrijke oorzaak van rekenproblemen is een niet-stimulerende omgeving, waardoor het leren buiten de school stagneert. Als het rekenonderwijs gedurende een langere periode onvoldoende is afgestemd op de leerbehoefte van de student kunnen rekenproblemen ontstaan. Ernstige rekenproblemen of dyscalculie komen hoogstwaarschijnlijk door een afwijkende informatieverwerking in het brein. Rekenzwakke studenten zijn gebaat bij een behandelingsplan en directe en expliciete instructie door de docent.

    Lees meer

    Veel tijd besteden aan lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van leesvaardigheid. Door de leesmotivatie van leerlingen te verhogen, zullen zij frequenter gaan lezen. Daardoor verbetert dus tevens hun leesvaardigheid (technisch lezen en begrijpend lezen). Scholen kunnen het lezen bevorderen door onder andere een grote variatie van boeken voor alle leeftijden aan te bieden. Dit aanbod moet aantrekkelijk zijn en niet alleen fictie (jeugdliteratuur) bevatten maar ook non-fictie (informatieve teksten). Verder is het van belang een leescultuur op school te ontwikkelen, leerlingen te begeleiden bij hun keuzes en tijd in te ruimen om leerlingen die zelf gekozen boeken te laten lezen. Succesvol leesbevorderingsbeleid beperkt zich echter niet tot geïsoleerde activiteiten, maar legt een relatie met het hele basisschoolcurriculum.

    Lees meer

    Van mentoren wordt verwacht dat zij signalen van dreigende uitval onder studenten herkennen, studenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een loopbaanperspectief en bij het aanleren van studievaardigheden. Mentoren bewerkstelligen een goed en veilig klimaat op school en in de klas. Dan ontstaat er ook binding en kunnen studenten in dialoog met betrokkenen reflecteren op hun loopbaan. Zo nodig kunnen mentoren ook externe zorg inschakelen.

    Lees meer

    Een intensieve toetsweek in het vmbo, waarbij leerlingen meerdere toetsen op een dag moeten maken, draagt niet zonder meer bij aan betere examenresultaten. Onderzoek naar het effect van de intensieve toetsweek in het vmbo is niet voorhanden, maar in andere sectoren is gezien dat leerlingen laat beginnen met voorbereiden, waardoor ze vlak voor de toetsweek keuzes maken welke examenstof ze gaan leren. Het herhaald, cumulatief toetsen van de examenstof (waar een toetsweek onderdeel van zou kunnen zijn) kan wel helpen voor leerlingen om zich beter voor te bereiden op het examen. Door het herhaald toetsen slaan de leerlingen de stof beter op in hun geheugen.

    Lees meer

    Educatieve televisieprogramma’s, zoals Sesamstraat, hebben een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar. Die effecten komen ook op langere termijn tot uiting in de woordenschat, rekenvaardigheden en het leesgedrag van de kinderen. Het effect is afhankelijk van onder meer programmakenmerken (zoals inhoud en complexiteit) en kindkenmerken (bijvoorbeeld kennis en verbale vaardigheden). Actieve betrokkenheid van ouders en begeleiding door leerkrachten versterken de effecten. Zij kunnen de inhoud verbinden met ervaringen en aanwezige kennis bij het kind, en eventueel bijsturen op de onderdelen waar een kind moeite mee heeft.

    Lees meer