Er is nog weinig bekend over hoe docenten pesten tussen mbo’ers kunnen voorkomen en aanpakken. Er zijn aanwijzingen dat een ervaringsgericht anti-pestprogramma, waarbij mbo’ers sociale situaties en emoties zelf ervaren, bespreken en toepassen, effectiever is dan een traditionele aanpak met vooral voorlichting en begeleiding. Pesten komt minder vaak voor op mbo-scholen met een positief schoolklimaat en weinig onderlinge competitie. Mbo-scholen die voorlichting geven over pesten en onderwijs over digitaal burgerschap, hebben minder last van (cyber)pesten.
Specifiek naar de preventie en aanpak van meidenvenijn is geen onderzoek gedaan. Leerkrachten kunnen meidenvenijn wel inzichtelijk maken met monitors voor sociale veiligheid op school. Om het te voorkomen en aan te pakken, kunnen zij programma’s inzetten met bewezen effectieve elementen tegen pesten in het algemeen.
Geactualiseerd: 8 februari 2024
Pesten binnen het onderwijs kan worden teruggedrongen; een aantal antipestprogramma’s is effectief gebleken. Effectieve aanpakken combineren interventies op school-, klassikaal en individueel niveau. Antipestprogramma’s richten zich veelal op meerdere doelen; niet alleen pesten terugdringen, maar welbevinden bevorderen, weerbaarheid, sociaal gedrag aanleren, et cetera. Welk programma voor een bepaalde school de beste keus is, hangt af van de context en de concrete doelen die de school ermee wil bereiken.
Geactualiseerd: 19 augustus 2019
Cyberpesten en andere vormen van digitaal ongewenst gedrag kunnen aangrijpende ervaringen zijn voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. Hoeveel kinderen er precies mee te maken hebben, is niet bekend. Bij cyberpesten lijkt het tussen 15-25% te liggen, maar sommige onderzoeken komen uit op veel hogere of lagere percentages. Digitale vormen van ongewenst seksueel gedrag, waaronder ‘grooming’, lijken vaker voor te komen: 20-66%. Uit onderzoek naar getoetste interventies leiden we af dat voorlichting, bewustwording, afspraken en onderlinge openheid belangrijke onderdelen van een succesvolle aanpak zijn. Daarnaast lijkt inzetten op empathie in verschillende programma’s effectief te werken. Monitoring van digitaal ongewenst gedrag is nog in ontwikkeling en effectonderzoek hiernaar moet nog op gang komen.