Geactualiseerd: 8 februari 2023
Positieve effecten van klassenverkleining op leerprestaties zijn voornamelijk gevonden bij leerlingen op de basisschool en bij leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen. Voor zover effecten op prestaties zijn aangetoond in het voortgezet onderwijs, zijn die erg klein. Positieve effecten van klassenverkleining op gedrag, actieve betrokkenheid en welbevinden van leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn niet aangetroffen.
Over de kansen op succesvolle doorstroom in het basisonderwijs van leerlingen met gedragsproblemen is weinig bekend. Duidelijk is wel dat er in kleinere klassen over het algemeen minder agressief en verstorend probleemgedrag voorkomt, maar niet of dit ook geldt voor leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften. Extra begeleiding in de klas helpt leerlingen met probleemgedrag, als de groepsleerkracht deze aanbiedt. Ondersteunende instructie door een onderwijsassistent is niet raadzaam.
Klassengrootte heeft over het algemeen geen invloed op de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Wel is er beperkt bewijs dat risico-leerlingen en leerlingen met een laag opgeleide moeder profiteren van kleinere klassen. Klassenverkleining is vooral effectief bij jonge leerlingen in het basisonderwijs. Hoe ouder de leerling, hoe kleiner de invloed van klassengrootte is. Over de inzet van assistenten in het voortgezet onderwijs in relatie tot klassengrootte is weinig bekend.