Het aandeel werknemers dat te maken heeft met hoge taakeisen is in het primair onderwijs hoger dan in het voortgezet onderwijs. Ook emotioneel zwaar werk en lastige taken komen in het primair onderwijs iets vaker voor. Werkenden in het primair onderwijs hebben bovendien minder mogelijkheden om zelfstandig beslissingen te nemen over de uitvoering van hun werk. Ondanks deze verschillen in werkdruk is het aandeel werknemers met burn-outklachten in het primair onderwijs lager dan in het voortgezet onderwijs. De verzuimpercentages in beide onderwijssectoren wijken niet erg van elkaar af.
Leraren in Nederland werken meer uren per week dan de vastgestelde norm. Leraren primair onderwijs maken meer overuren dan leraren voortgezet onderwijs. In vergelijking met andere Europese landen maken Nederlandse leraren veel uren. Dit geldt voor primair en voortgezet onderwijs. De verhouding tussen lesgebonden en niet-lesgebonden activiteiten ligt ongeveer op het Europese gemiddelde.
Zo’n driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs ervaart een hoge werkdruk. In hoeverre dit het geven van goed onderwijs en de leerprestaties van studenten hindert, is in het mbo niet onderzocht. Uit andere onderwijssectoren zijn er wel aanwijzingen dat er een indirecte relatie is tussen de door docenten ervaren werkdruk en leerlingprestaties. Een ervaren hoge werkdruk leidt tot stressverschijnselen of burn-out, die op hun beurt de motivatie van de docent en de ervaren competenties negatief kunnen beïnvloeden. Dit kan vervolgens negatief uitwerken op de motivatie van leerlingen en hun leerprestaties.