De meeste Nederlandse leerlingen beschikken over basale ict-vaardigheden die meestal als ‘knoppenkennis’ worden aangeduid. Die leren ze al doende. Met de meer complexe of strategische vaardigheden – op een efficiënte en doelgerichte manier informatie verzamelen om je doel te bereiken – hebben veel leerlingen moeite. Op het vmbo haalt het overgrote deel van de leerlingen deze hogere niveaus van ict-vaardigheid niet. Specifiek onderzoek naar effecten van informatievaardigheidstrainingen in het (v)mbo is er niet. Maar onderzoek in het basis-, voortgezet en hoger onderwijs laat zien dat het onderwijs informatievaardigheid kan stimuleren door te werken met hele taken, door te demonstreren en door het proces te ondersteunen.
Wie programmeert zet diverse vaardigheden in om problemen op te lossen. Denk aan problemen in kleine stukjes opdelen, logisch denken, als-dan redeneringen hanteren enzovoort. Deze vaardigheden worden computational thinking skills genoemd. Leerlingen kunnen dit soort vaardigheden aanleren in het programmeeronderwijs. Ook kan programmeeronderwijs bijdragen aan andere generieke vaardigheden, zoals kritisch denken, creatief denken, reflectie en metacognitie.
Digitale geletterdheid is het minimum aan kennis en vaardigheden op ict-gebied dat nodig is om mee te doen in de maatschappij. Iemand is digitaal geletterd als hij of zij de computer kan gebruiken om digitale informatie te verzamelen, creëren en delen. Zodat diegene thuis, op school, op het werk en in de samenleving goed mee kan doen. Het onderwijs heeft een belangrijke taak bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid bij praktijkschoolleerlingen. Zij kunnen deze competenties minder gemakkelijk zelf aanleren en krijgen van thuis minder begeleiding. Daarnaast is de ontwikkeling van hun mediawijsheid van groot belang.